Dag frietje
Zondag is frietdag. Omdat ik mijn frietjes zelf snij, dunne staafjes afgespoeld en drooggemept en tot goud getransformeerd in de ketel, ken ik elk van hen persoonlijk. Zo’n frietje even herkennen en groeten, vooraleer je het met zijn kopke in de mayo en je mond duwt, da’s wat ik noem content zijn.
Kerktorenboom
Vanuit mijn raam zie ik achter de overkant van de straat een gigantische boom, wel kerktorengroot. Hangplek voor raven en ander gothic gevle(u)gelte. Enorm traliewerk tegen de vele luchten erachter. ’s Winters een fijne potloodtekening.
Er bestaan wijze mensen, die je graag terugziet. Deze boom is niet alleen wijs uitzicht, maar hij is ook wijze democratie (elke tak de noodzakelijke knoppen) en kunst (hij is zijn eigen bouwmeester, ziet er geweldig uit, zo’n mooi volume, zo’n mooi blad). Ik zal hem maar een goed 2025 toewensen, want je weet nooit dat er een buur begint te reclameren over blaadjes die op zijn stoep liggen.
Zo’n wandeling dus
Zo’n wandeling waarop alles gesmeerd loopt: het bloed door je aderen, je adem recht naar de longen, je kuiten mooi opgespannen, je voeten vanzelf lopend, altijd de juiste weg, een stem naast je die iets zegt, een holle weg of twee, een plateau met oksels waarin daken zitten, vijf kerktorens om te tellen op de horizon, licht dat door wolken valt, misschien als je geluk hebt een molen met zijn wieken in tegenlicht, een jodelende vogel, een kapelletje met een vergeten verhaal.
Wondernisse
Is contentement hetzelfde als gelukkig zijn? Geluk is een bezet woord, gekaapt als het is door de droomfabriek van reclame en doorzichtige liedjes en avonturen. In de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring wordt het vooraan gezet, en dan vergeten. Daarom hou ik me liever bezig met contentement.
Vlug dus even mijn lijstje aanvullen. Nog zeven en ik heb er tien. Lezen in stijlmeesters (Nescio, Carmiggelt, Bomans, Timmermans, Walschap, nobelprijzen Herta Müller en Olga Tocarczuk, en zovelen meer).
Opkijken van de ontbijttafel, mijn lief zien zitten, en denken: toch goed dat ze er is.
De stem van Nina Simone, van Jacques Brel.
Een neologisme van Gezelle: de wind die wikkelwakkelwaait.
Een vriend ontmoeten. Het mag ook een brief zijn. En aai van verre.
Ver kunnen kijken. Zoals in de polders. Of in de bergen. Of als iemand plots iets heel verstandigs zegt.
Kleinkinderen zien groeien. Gezelle zou zeggen: een wondernisse…

Voeg commentaar toe