Literatureluurs

Kaarten bedreigd?

Geleerd tijdens een toevallig gesprekje: dat er niet meer gekaart wordt op de trein, terwijl dat vroeger een gewoon zicht was in de spitsuren. Waarom, vroeg ik, onschuldig als altijd. Aah, zei men, iedereen zit op zijn smartdinges te kijken. Sommige oudereleeftijders uit het gesprekje hadden wel nog kaartvrienden, waarmee ze regelmatig afspraken.

Cafés bedreigd?

Zouden jonge mensen thuis nog kaarten, vroeg ik? Aah, zei men weer, neen toch, ze gaan zelfs niet meer op café. Daar schrok ik van. De cafés sterven blijkbaar uit? De plekken die van oudsher hele maatschappijen draaiende hielden? Waar iedereen vrijuit kon binnenkomen (meestal toch) en erbij horen?

Wordt ook het café vervangen door de verleidingsdrank van Silicon Valley? De jonge mensen kopen een bak bier en drinken op hun kot, zei men. Terwijl het geroezemoes (mooi woord!), het vochtige licht, het wiegende heen- en weer geloop van een café, de branding van de muziek toch niet te imiteren vallen op kot? Of, ocharme, op het schermpje?

Er moet niet meer, zoals in mijn oude vaders tijd, op elke hoek van de straat een herberg zijn, zoals de mensen ook niet meer aan hun voordeur zitten om iedereen goeiedag te zeggen. Maar er moeten toch vrijplaatsen blijven voor het leven dat niet uit werken of slapen bestaat. Een lege stille kerk, een rustig ademende bibliotheek, een café, een park met zitbank en wat honden en spelende kinderen.

Literatuuronderwijs bedreigd?

Het gesprekje bleef in mijn kop woelen. Ik heb mijn leven besteed aan het onderwijzen van literatuur en taal. Dat is te proper gezegd: eigenlijk ging het over het delen van een passie. Vertellen over Reynaert de vos of Nescio of Cyriel Buysse, Gezelle of Multatuli, Nijhoff of Van Ostayen, het was een genoegen om schoonheid te delen, stijl bloot te leggen, het wonder van de taal zelf.

Maar als ik hoor dat op verschillende Nederlandse universiteiten de opleiding Nederlands wordt bedreigd, of zelfs al is afgeschaft (net als die van veel zogenaamd ‘kleinere’ talen), dan bloedt mijn hart. Taal heeft ons tot mensen gemaakt, heeft onze beschavingen opgebouwd, heeft wiskunde geboren laten worden. Literatuur laat ons andere levens leiden, andere ervaringen opdoen (sterven met Hamlet en toch niet echt doodgaan).

Literatuuronderwijs in de klas is, behalve leren wat rijm en versvoeten zijn en de soorten roman en stromingen en tradities, ook hoe je nadenkt over het leven zelf. En hoe je erover leert spreken. Had Hamlet het anders moeten aanpakken? Waarom is kwaad zijn zo moeilijk? Is kwaad zijn niet eerder veel verdriet? Enz. Een roman lezen en bespreken is een mening leren vormen, en daar dan erkenning voor krijgen.

Cultuur opdoen is een beschaafd mens worden, weten dat er altijd al mensen gezocht en getwijfeld, gemaakt en getoond hebben, en zo met elkaar omgingen. Maakt op z’n minst (als het dan toch nut moet hebben) dat je later kunt meebabbelen als het over geschiedenis of kunst of politiek gaat, dat je je niet een onnozelaar voelt tussen als die belezen koppen onder je vrienden. Ik koester de hoop niet dat cultuur opdoen ook leidt tot beschaafde omgangsvormen, maar je weet nooit…

De leerkracht bedreigd?

Maar als het van de monopolies afhangt, wordt wellicht ook mijn beroep afgeschaft in de toekomst. Leren de kinderen een taal via een geperfectioneerde Duolingo, inclusief bevestigende kreetjes of tekens. Leren ze schrijven via een computerprogramma, nu een alineaatje, daar dan weer een uitroepteken, beginnen met het begin, voorbeeldje niet vergeten. Wordt literatuur canon, beperkt van kennis, en louter nationaal (zeker geen buitenlandse auteur, het is hier wel de les Nederlands hé). Zeker ook geen geschiedenisachtergrond, zo ver moeten we niet gaan, het is hier geen les geschiedenis hé. Zoals in het vreemdetalenonderwijs in de voorbije decennia in alle stilte de Franse, Engelse, Duitse literatuur is verdwenen, zo zal dat wellicht ook voor het vak Nederlands gaan.

Het Nederlands bedreigd?

Misschien wordt het Nederlands wat nu het dialect is: een soort privé-communicatiemiddel onder vrienden en streekgenoten, doet er niet toe hoe je het uitspreekt of half inslikt, we zijn toch onder elkaar. Voor alle andere communicatie wordt een soort Engels gehanteerd, da’s makkelijk dat Engels, niewaar, iedereen spreekt da toch, niewaar.

Dat iedereen, wereldwijd, een Engels gebruikt van een paar duizend woorden (in het beste geval), terwijl er in de Oxford Dictionary een half miljoen staan, ach ja, is dat zo, wie ligt daar wakker van. Dat iedereen, wereldwijd, daardoor moeite heeft om zich echt uit te drukken, ach ja. Dat we ons daardoor laten koloniseren zoals in de tijd van de vroegere kolonies, ach kom. Misschien leren in de toekomst enkel nog de kinderen van geprivilegieerden lezen en schrijven, en zijn de anderen al blij als ze een vorm van betaald werk hebben. Maar nu ben ik echt dystopisch aan het worden. En misschien een echt ouwe vent…

Guido Vanhercke

Guido Vanhercke

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required