Nieuwe interesse
Er is iets aan het keren, zegt men. De aversie jegens de kerk is over zijn hoogtepunt heen. En dat ondanks de schandalen van seksueel misbruik, de weigering om mannen en vrouwen als gelijken te waarderen, ondanks het wegvallen van zoveel voorgangers en voorgangsters die er de geest proberen in te houden. Toch zijn er schuchtere tekenen van een soort revival. Het zijn vooral de rituelen die aandacht trekken.
Bij ouderen
Ouderen die hadden afgehaakt ontdekken opnieuw de betekenis van feestelijke rituelen. Vooral naar aanleiding van bijzondere gelegenheden is dat het geval, zoals communiefeesten, doopvieringen, inzegening van relaties, enz. Ze zijn geen nieuwe kerkgangers, maar ze hervinden de warmte van de grote feestdagen.
En bij jongeren
Ook jongeren blijken daar interesse voor te hebben. Ofschoon sommigen op eigen houtje nieuwe vormen van verstilling en inkeer leerden waarderen, in en buiten de kerk. Het heet dat veel mensen zoekend zijn, dat ze behoefte hebben aan zin en perspectief, maar dat niet gemakkelijk vinden. Heeft het te maken met een zekere kilheid die voelbaar is in onze samenleving?
Lichamelijkheid
Het wordt steeds meer hardop gezegd. We missen het persoonlijk contact. Er mogen nog zoveel mogelijkheden zijn om communicatie te hebben met de wereld buiten ons, niets kan in de plaats komen van het fysieke contact van mens tot mens. Het is alsof we met een zekere verbazing ontdekken dat we lichamelijke wezens zijn. Dat niets het levend contact van mens tot mens kan vervangen. We zijn mens door onze lichamelijkheid. Ons lichaam is onze aanwezigheid als persoon, en deze bestaat niet buiten de relatie met een ander. Het zijn de relaties met elkaar die de levensband vormen die ons draagt. Om dat uit te drukken hebben we tekens nodig, symbolen waardoor ons persoon-zijn-in-relatie gestalte krijgt.
Ondoorgrondelijke wereld
Mens-zijn als medemens speelt zich af in een wereld die ondoorgrondelijk is. Via allerlei symbolen en rituelen proberen we enige samenhang te ontdekken in deze wereld. Die blijkt er echter niet te zijn. Alles is toeval. We pogen enige logica te ontdekken in de samenhang der gebeurtenissen, maar die is er niet. We drukken wél een bescheiden stempel op de gebeurtenissen, maar we kunnen ze niet naar onze hand zetten. De zin van ons bestaan: dat moeten we zelf vinden.
Godenwereld
Dat hebben mensen in alle culturen proberen te begrijpen. En vooral ook onder controle te krijgen. Ze hebben de vraag gesteld naar de zin van het bestaan: waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. Er werd een verklaring gezocht in een wereld buiten deze ondermaanse wereld, een godenwereld, hoog boven ons. De Grieken hadden het er al over. Er is een heel arsenaal goden en godinnen die de gang van zaken bepalen.
Mensen ondergaan
Mensen hebben niets in te brengen. Ze ondergaan. De goden bepalen de gang van zaken. Donder en bliksem, overstromingen, hongerdood of welke rampen ook, oorlog of vrede: alles ligt in de handen van de goden. Een mens heeft zelf niets in te brengen. Maar ook dàt is niet het laatste woord. Mensen willen namelijk greep krijgen op die bovenaardse wereld. Ze brengen offers aan de goden om hen gunstig te stemmen. Kostbare offers: dieren die geofferd werden, ja zelfs eigen kinderen.
Terach
Er is in dit verband een verhaal in de rabbijnse literatuur over de “godenwinkel van Terach”. Terach, de vader van Abraham, wordt beschreven als een afgodendienaar die afgodsbeelden vervaardigde en verkocht. Hij had allerlei goden in huis. Op een keer gaf hij de winkel in de handen van Abraham. Deze zag hoe belachelijk die beelden waren die niets te betekenen hadden. Mensen kwamen allerlei prullaria kopen die ze als goden vereerden. Toen het voor Abraham duidelijk werd dat de beelden niets te betekenen hadden was sloeg hij ze allemaal kapot. Toen zijn vader terug kwam en de puinhoop zag vroeg hij zijn zoon wat er gebeurd was. Hij antwoordde: het grootste beeld heeft al die andere kapot geslagen. Waarop Terach reageerde: ja, het zijn toch maar beelden. Ze hebben niets te betekenen. Hij had namelijk ook al iets in die zin gedacht.
En een stem
Zo begint volgens de legende de stap die Abraham zette om op zoek te gaan naar iets wat geloofwaardig was. Dat vond hij niet. Tot hij op een keer een stem hoorde die hij niet kende. Die stem riep hem toe dat hij zelf zijn verantwoordelijkheid moest opnemen. Voor zichzelf en zijn nakomelingen. Gedaan met de goden hierboven die niets voorstellen. Er is een stem in het leven zelf die mensen een toekomst voor houdt.
Abraham
Vandaag staan we in grote machteloosheid te staren op wat er in de wereld gebeurt. Het is alsof wij niets hebben in te brengen. We zijn onderworpen aan nieuwe goden die ons leven in de hand hebben. We begrijpen niets van de willekeur waaraan wij zijn prijs gegeven. Hoezeer we ook hopen dat er uitzicht komt. Zoals bij Abraham laat zich vandaag de stem terug horen. “Trek daar uit weg”. Zoals Abraham.
Mozes
Zoals Mozes die de Israëlieten deed wegtrekken uit het slavenhuis van Egypte. Zij hebben de hoop niet opgegeven. De stem fluisterde hen in: Er is toekomst. Ik ga met jullie mee, ik zal er zijn wanneer het moeilijk wordt en je dreigt op te geven. Die stem ”ik zal er zijn” laat ons niet los. Ik zal er zijn.
Romeinse honderdman
Jezus van Nazareth kent die stem. Hij vertrouwt haar. Onvoorwaardelijk. Hij kent de zoektocht van mensen die in angst een houvast zoeken. Hij spreekt hen moed in. Hij is niet alleen met zijn eigen volk begaan, hij staat ook open voor de gehate Romeinse bezetter (Matteus 8, 5-13). Hij is niet bang om de Romeinse honderdman onder ogen te zien. Integendeel, hij voelt mee met de pijn die de man heeft om een geliefde die hij dreigt te verliezen. Ten einde raad is hij bij Jezus gekomen. Ga, zegt Jezus, uw kind is genezen. De houding van de honderdman straalt eenvoud en ontvankelijkheid uit. Jezus’ opmerking is veelzeggend: “Bij niemand in Israël heb ik zo een groot geloof gevonden”. De ontmoeting staat symbool voor een nieuwe openheid. Culturele en religieuze verschillen worden overstegen. Er is een gevoel van verbondenheid dat mensen elkaars naaste kunnen worden. Dat ze met respect voor elkaars eigenheid toch voor elkaar “een medemens” kunnen zijn. Het is de ervaring van de honderdman.
Jeunes mères
Een pakkend voorbeeld is te zien in de jongste film van de gebroeders Dardenne. Jeunes mères. De film gaat over vijf jonge moeders in een opvanghuis die elkaars zorgen, dromen en ontgoochelingen delen. Ze zijn drugsverslaafd, ze weten niet of ze hun zwangerschap al dan niet willen onderbreken, en ook niet of ze wel in staat zijn de gepaste zorgen te geven aan hun baby. Er is radeloosheid maar ook wederzijds begrip voor elkaars zorgen. Ze helpen elkaar bij het verzorgen van de baby’s die ze samen wassen. Er ontstaat een stille solidariteit. Een verbondenheid die groeit, ondanks de kwetsbaarheid. Ze worden op een bewonderenswaardige manier begeleid in het zogeheten “moederhuis”. Ondanks alles breekt de hoop door, hoe bescheiden ook.
Ignace D’hert o.p.
11/07/2025
