Verhalen voorbij de letterlijke waarheid
Interpreteren
Ik hou van verhalen. Dat is geen geheim. Maar een klein kind weet al dat je verhalen niet letterlijk moet nemen, dat “lezen is interpreteren”, zoals de grote Guus Kuijer schrijft. Iedere lezer weet dat Dante niet letterlijk naar de hel trok met Vergilius, dat je geen foto moet zoeken van Harry Potter.
Maar als het over verhalen uit de religieuze bron gaat, blijkt dat plots anders. Blijkt men plots wel zwart-wit te denken, alles-zin of on-zin, alles of niets.
Gedachtenis
Neem nu Pasen, het verhaal dat ons een vrije dag en chokola oplevert. En die zielige Paashaas (zelf zonder verhaal…). Het gaat er niet om of iemand hier letterlijk is verrezen, lijf en leden weer zichtbaar. Hoe overwin je de dood, daar gaat het om. Door iets achter te laten, zegt het verhaal, hier het meest gewone dat je maar kan bedenken, samen eten in gedachtenis aan…
De kleindochter van vrienden verongelukte jaren geleden, haar vriendengroep doet elk jaar een wandeling en zit dan, een kleinigheid etend, bij elkaar om over Sofie te praten, en in haar niet alleen de vriendschap maar ook het leven te vieren, raar maar zo is het toch.
Soms wil kleinzoon, als we hem te voet van school halen, even dag zeggen aan de graven van zijn overgrootouders. Er is daar een tijd gaande die hij zou willen maar nog niet kan begrijpen. En misschien ook een ander soort aanwezigheid. Mensen geven zichzelf door, ergens voelt hij dat.
Religieus betekenis geven
Dat we in het Westen wel afstand hebben moeten nemen van die letterlijke lectuur van de oude religieuze verhalen, is de schuld van een kerk die er het monopolie voor opeiste en mensen eeuwenlang een soort bijgeloof oplegde. En er macht door vergaarde. Maar ondertussen is een hele cultuur van religieus betekenisgeven verdord en dood.
Hoogtechnologisch willen we onszelf graag noemen, ja, maar we hebben steeds minder verhalen om ons binnenste mee uit te drukken. Ik geef enkele voorbeelden van verhalen die mij persoonlijk hebben geholpen en helpen.
In paradisum deducant te angeli: wat een prachtig beeld om je dode moeder en vader mee los te laten. In de psalmen staan zinnen die ontelbaren hebben getroost. Ik heb ze alle 150 bewerkt tot nieuwe gedichten, omdat ze voor mij klonken als een arm reikend crisisgesprek: het gesprek in ziekenkamer, palliatieve afdeling, gevangenis, opvanghuis, crisistelefoon, dat onmacht en wanhoop laat uitrazen en luisterend nieuwe rust vindt.
In onze democratieën is de bottomline voor rechtvaardigheid dat elke mens gelijk is in rechten. De Bijbelse profeten wisten dat dat niet klopt, dat de ene mens altijd veel meer rechten krijgt dan de andere, hangt van geld en invloed af, en het toeval waar je wieg staat. Zij poneerden de meest kwetsbare als norm: de weduwe, de wees en de vreemdeling. Kom daar maar eens om, maatschappij van ons…
Grote vragen
Stram en stijf zijn wij westerlingen geworden, als je dat vergelijkt met andere culturen die veel soepeler omgaan met de grote vragen van het leven. Brazilianen houden tegelijk van heel verschillende religieuze praktijken, hoorde ik onlangs vertellen. In Tokio heeft bijna elke straat zijn kleine tempel. Elk Joods kind weet van de uittocht uit de slavernij, elk Afrikaans kind weet dat de voorouders met hen meeleven.
Maar er is iets vreemds gaande in onze maatschappij. Niet alleen de religieuze verhalen zitten in het verdomhoekje, maar alle verhalen lijken in ademnood te raken. De literatuurrichtingen op de unief trekken geen studenten meer, literatuuronderwijs wordt vervangen door invulboekjes en krantenartikeltjes, uitgeverijen zoeken koortsachtig die ene bestseller om te overleven, blotepiemelprogramma’s genoeg op de treurbuis maar geen boeiend boekenprogramma. Maar de vragen komen, met of zonder burn-out…

Voeg commentaar toe