Tegen wanhoop en vervreemding: twee tegenstemmen…
Verschuiving
Steeds meer groeit vandaag het besef dat alles met alles verbonden is op deze aarde, en dat we dus, als we enkel aan onszelf denken, zonder respect en zorg, deze aarde kunnen verliezen. Het lijkt of onze blik een groter perspectief zoekt, een waar de mens niet meer centraal staat, maar deel uitmaakt van een groter geheel.
We hebben in de vorige eeuw God uit zijn almacht gehaald, nu moeten we de mens nog uit zijn almacht halen. Dat zal moeilijk zijn, maar de verschuiving in denken die we vandaag zien, is niet meer tegen te houden. We ontdekken dat bomen geen individuen zijn, maar onder de grond gemeenschap vormen. We beseffen dat insecten nodig zijn voor ons overleven. Er zijn jonge boeren die weer vanuit een totaalvisie willen werken.
Er wordt niet alleen nagedacht over dierenrechten, maar zelfs over mogelijke juridische rechten voor zee en rivieren. In Nieuw-Zeeland heeft een rivier rechtspersoonlijkheid gekregen onder druk van de inheemse bevolking. In IJsland is een monument onthuld voor een verdwenen gletsjer.
Meegesleurd
Maar zo vaak slagen we er niet in om ons los te maken van de boosheid of de wanhoop die ons bevangt bij nieuwsberichten. Er zijn dagen dat we meegesleurd worden in het verdriet, de kwaadheid, de angst, de bezorgdheid die er heerst in de wereld rondom ons. En dan mogen we wel weten dat de mens uitgenodigd en geroepen is om mee te scheppen, te zorgen voor die mooie schepping, dat weten is soms niet voldoende om ons staande te houden. Er zijn toch mogelijkheden om op zo’n moment weerwerk te bieden tegen een negatieve gedachtestroom. Luisteren we naar twee tegenstemmen.
Eerste tegenstem : Karen Armstrong
In haar boek ‘De heilige natuur’ schrijft Karen Armstrong dat we de natuur opnieuw moeten leren liefhebben. En dat doen we door ons opnieuw met haar te verbinden. We zijn erg vervreemd van een natuurlijke omgeving en we zijn, zeker in de stad, ons vaak amper bewust van de veranderende seizoenen. Karen Armstrong raadt aan om elke dag zeker 10 minuten door te brengen buiten in de natuur. Als je dat doet, zegt ze, moet je niet lezen, geen muziek beluisteren en zeker je mobiel wegsteken. Luister naar de geluiden om je heen, kijk naar de stam, de takken, de bladeren en bloemen van een boom, de wolken en vogels en het landschap. Ruik de geur die er hangt, voel de wind, je voeten die op de aarde staan. Spreek al je zintuigen aan. Laat de natuur op je inwerken.
Stil zitten
‘Op dezelfde manier kunnen we oefenen in wat de Chinezen ‘stil zitten’ noemden, en leren het gewone leven op te merken dat door alle dingen stroomt en ze met elkaar verbindt in een harmonieuze eenheid. Als we naar onze natuurlijke omgeving zitten te kijken, kunnen we ons bewust worden van de manier waarop vogels en bladeren, de wolken en de wind in harmonie samengaan, zodat we niet kijken naar een reeks verschillende objecten, maar naar een geheel waarin elk ding zijn perfecte plaats heeft. Zo kunnen we een mentaliteit ontwikkelen die ‘gadeslaat’ en zo wordt ‘onderricht’.
Breuk herstellen
Dit is voor Karen Armstrong een eerste stap. In onze Westerse cultuur en religie hebben we het goddelijke en de natuur uit elkaar gehaald. ‘Door de natuur te rationaliseren en God tot de hemel te beperken, hebben we het goddelijke zo drastisch teruggedrongen dat het voor velen niet meer geloofwaardig of waarneembaar is.’ Karen Armstrong pleit er, zoals Trees Van Montfoort, Ivone Gebara, en heel wat ecofeministische theologen, voor om de Bijbel met andere ogen en nieuwe interpretatie te lezen en actief de breuk tussen het goddelijke en de natuur te herstellen. Dat kan een tweede stap zijn.
Getuige in compassie
Een derde stap kan zijn om het leed dat natuurlijk ondertussen wel overduidelijk aanwezig is rondom ons, zeker ook aan te zien en er getuige van te zijn. We moeten toelaten dat de beelden en verhalen ons verontrusten. Alleen zo kan de compassie – het vermogen om ‘mee te voelen’ met anderen – een inspiratie zijn voor concrete actie.
Karen Armstrong zegt dat godsdienst hard werken is. Het religieus ritueel kan nooit een kwestie zijn van eenvoudigweg de handelingen verrichten. Voor het heilige is het nodig dat we ons leven en onszelf veranderen. Dit betekent concreet dat onze houding tegenover de natuur ook offers zal vragen in ons comfort. Ze beschrijft hoe in de vroeg-Indische cultuur sprake was van vijf grote offers:
‘Ten eerste zetten ze dagelijks een schaaltje eten buiten voor hongerige of zieke dieren. Ten tweede moesten alle gasten, genodigd of ongenodigd, worden verwelkomd en geëerd alsof ze goden waren en te eten krijgen tot ze niet meer konden. Het derde en het vierde ritueel stonden ervoor garant dat zowel de overledenen als de deva’s (de goddelijke aspecten van de schepping) elke dag met liefde en eerbied werden herdacht. Het vijfde en laatste ritueel was de dagelijkse studie van geschriften.
Eigen offers
Misschien, zegt Karen Armstrong, ‘moeten we onze eigen ‘vijf grote offers’ creëren en ze een plaats in ons dagelijks leven geven. ‘Elke dag moeten we proberen het heilige te eren van elk natuurlijk object en elke persoon met wie we in contact komen. Elke dag zullen we waarschijnlijk wel falen, maar elke keer moeten we het proberen en opnieuw beginnen, wetend dat elke persoon die we ontmoeten een heilig mysterie is en dat elke plant of elk dier zijn eigen unieke waardigheid en schoonheid heeft. Allemaal moeten ze worden behandeld met vriendelijkheid en eerbied.’
Tweede tegenstem: Genesis
Alles hangt met alles samen: zo kijkt ook de bijbel, en is op die manier een geweldige tegenstem tegen de wanhoop. De Bijbel ziet de mens echt niet als de hoogste schepping: in Genesis 1 is de mens schepsel onder de schepselen, gemaakt samen met al het andere, gemaakt van dezelfde stof en van dezelfde ingeblazen adem. Mens en dier krijgen trouwens hetzelfde voedsel, de planten. En wat een prachtige creatieve en solidaire arbeid wordt er beschreven in Genesis 2: God boetseert en brengt wat hij boetseert bij de mens, die er dan een naam aan geeft. Zie die twee bezig: het zijn precies twee kunstenaars die samen een kunstwerk aan het maken zijn. En wat een solidariteit wordt hier beschreven met al het geschapene: want een naam geven is een diepe band creëren, een opdracht tot verantwoordelijkheid en zorg voor dat wat een naam kreeg. Denk aan ouders die een naam geven aan hun kinderen. Heel het Oude Testament door blijft die verwondering klinken om die schepping in al zijn veelvoud.
Steeds weer schepping
En er is een tweede rode draad: niet alleen die verbondenheid tussen God en mens en dier en plant en aarde, maar ook dat de schepping steeds weer gebeurt, nooit ophoudt. Zeker in de psalmen zien we dat: de psalmen zijn bij uitstek plekken waar niet alleen in angst en wanhoop geroepen wordt om hulp, maar ook de plek waar diezelfde roep weer verstilt in vertrouwen. Door heel de bijbel wordt dus de schepping voorgesteld, naar het voorbeeld van Genesis, als een familie die zorg moet dragen voor elkaar. Niet alleen voor al het levende, maar ook voor aarde en water en lucht. De sabbatwetten zijn er niet alleen voor de mensen, maar ook voor de dieren, en zelfs voor de grond. Jezus gebruikt dieren en vogels en planten om zijn parabels te illustreren. En zegt hoeveel we kunnen leren van bloemen en vogels.
Familie
En God hoort eveneens bij die familie, want zijn adem zit erin, zijn verbeelding, zijn boetserende bewegingen, zijn diepe verwondering die tot uiting komt als de prachtwoorden klinken: “en hij zag dat het goed was”. Zelfs de bergen loven die verbonden schepping, gewoon door te bestaan, door er te zijn, zonder geluid. Wonderlijk beeld toch. Psalm 19 zegt dat de dag en de nacht Gods majesteit roepen over heel de aarde, dat ook zij daarvoor geen woorden hebben, maar dat hun lofzang toch over heel de aarde klinkt. Kom je straks weer buiten, sta dan maar even stil bij een van de prachtige beelden in psalm 104: een ‘mantel van licht’. En denk dan een eventjes aan de diepe verbondenheid die uit zo’n beeld spreekt. Het licht is voor jou en mij een mantel…
Scheppen is verlossen
Maar nog eens: die schepping waarin alles met elkaar verbonden is, gebeurt niet één keer, maar constant. Schepping en verlossing gaan samen. Telkens weer zegt er iemand: er moet licht zijn, en begint het scheiden, het ordenen, wordt weer een naam gegeven, zegt er weer iemand na een tijd dat het goed is… Er is altijd een ommekeer mogelijk, er is altijd een nieuw begin mogelijk, dat is scheppen. Schepping is continu bezig. En God is niet buiten de aarde, maar mee aanwezig in die geweldige schepping. Mee opstandig, mee revolterend, mee gelovend in ommekeer en een nieuw begin.

Voeg commentaar toe