EINDELIJK ÉCHT GEZIEN WORDEN
Zacheus’ vriend
Neen, er zijn echte problemen. Je hebt ook geen reden van klagen. Je job is goed betaald en je komt er aan je trekken, je hebt een partner die een baan heeft en de kinderen zijn aan het studeren. Maar je voelt ook hoe je eigenlijk geleefd wordt. Je zou zo graag eventjes een pauze inlassen: bezig zijn met wat er echt toe doet.
Geen vrede met zijn leven
Het is misschien een situatie waarin een zekere Zacheus zich herkent. Hij is belastingbediende die een riante wedde opstrijkt, maar hij ervaart ook een zekere leegte. Hij heeft klanken opgevangen over een zekere Jezus die hij in elk geval van naderbij wil horen en zien. Een merkwaardig personage. Omdat er zoveel volk bijeen troept en hij klein van gestalte is, loopt hij vooruit en kruipt in een vijgenboom om die Jezus te kunnen zien. Eigenlijk weet hij zelf niet eens wat hij zoekt, maar hij heeft geen vrede met zijn leven zoals het nu is.
Zacheus leeft met een vaag verlangen naar iets wat hij zelf niet onder woorden kan brengen. Hij leeft in een soort onvoldaanheid, een onvervuldheid. Hierin zullen vele mensen zich ook vandaag herkennen. Er moet iets anders zijn. Iets wat inhoud geeft aan je leven. Zacheus loopt rond op zoek naar wat men “spiritualiteit” noemt, en hij vindt het niet.
Natuurlijk geloof ik in God!
Na veel zoeken komt hij terecht bij een zekere Rik Torfs. Deze man heeft enkele maanden terug een onderzoek gedaan naar de spiritualiteit van een aantal vooraanstaande eminenties in de Rooms Katholieke kerk. Hij trekt ervoor naar het Vaticaan. Het decor waar de gesprekken zich afspelen is prachtig. Zacheus luistert vol belangstelling naar wat deze heren vertellen over hun spiritualiteit. In tegenstelling tot zijn eigen moeizame zoektocht blijkt er voor deze eminenties nauwelijks een probleem te bestaan. “Natuurlijk geloof ik in God! Waarom zou ik anders priester geworden zijn”. Of ook “Je kunt natuurlijk niet bewijzen dat God bestaat, want dat is inderdaad een mysterie. Maar dat moet een mens nu eenmaal geloven”. Het klinkt met een vanzelfsprekendheid die tegelijk wat krampachtig overkomt. Maar “echte twijfel wordt overwonnen in het gebed”. En daar houdt het ongeveer op.
De zelfzekerheid van de eminenties irriteert Zacheus. Dit is niet het houvast dat hij zoekt. Hij, Zacheus, heeft een afschuw van de kerkelijke dogma’s die als onbetwijfelbare waarheid worden voorgehouden. Hij blijft liever nog even in zijn vijgenboom zitten eer hij neerdaalt op de platte grond.
Een spontane verwantschap
Een vaste kerkleer uit het verleden is aan hem niet besteed. Hij weet hoe priesters en eminenties zich verstoppen achter die zogeheten zekerheden. Maar neen, het is geen pose die Zacheus aanneemt. Hij is ook niet de keikop die overal vragen bij stelt om interessant over te komen. Hij is oprecht onder de indruk van de uitstraling die van Jezus uitgaat.
Zacheus voelt een spontane verwantschap. Zoals Jezus kan ook hij het niet hebben van onwrikbare regels en absolute uitspraken. Het valt hem op: Jezus vertelt. Hij vertelt boeiende verhalen die te denken geven. Over een vader en hoe hij omgaat met zijn zoon die verloren was gelopen. En over de barmhartige Samaritaan. Die Jezus dringt geen waarheden op. Hij laat mensen de vrije keuze.
Een heel nieuwe dynamiek
Misschien is het de moeite waard om die mens van naderbij te leren kennen. Voor Zacheus breekt het ijs wanneer hij bij name genoemd wordt: “kom maar hier, Zacheus”. Hij wordt helemaal warm van binnen. Het is een geschenk zoals hij er nog geen heeft ervaren. Zijn vaag zoeken krijgt een heel nieuwe dynamiek. Hij aarzelt niet meer om uit zijn boom naar beneden te komen. Hij is bereid te luisteren naar wat die Jezus te zeggen heeft. Laat de priesters en eminenties maar razen met hun onfeilbare waarheden. Hij laat zich niet imponeren door al die grootspraak. Hij verkiest het gezelschap van Jezus.
Kom naar beneden, Zacheus
Kom naar beneden, Zacheus. Nu weet hij: er is iemand die mijn radeloosheid heeft gezien. Zacheus voelt zich begrepen. Hij beseft dat hij ronduit kan vertellen, over zijn onbehagen en zijn onzekerheid. Hij zal me niet oordelen. Uit zichzelf zegt Zacheus: al dat geld dat ik verzameld heb: dat hoeft allemaal niet meer. Hij voelt zich opgelucht. Hij beseft: er is nog een heel eind te gaan. Maar wàt een ruimte die open gaat.
Ignace D’hert o.p.
Bekijk je liever de video? > KLIK HIER
Wat sprak je aan? Deel het met de online community… Schrijf hieronder je commentaar >

Voeg commentaar toe