Inspiratie en organisatie
Een perfect koppel zou je denken! Inspiratie als dynamische motor, organisatie als praktische realisering. Een koppel dat gelovige christenen zeker ter harte gaat! Het betekent niet dat er geen verscheidenheid is in de geloofsbeleving. Sommigen ligt de kerk nauw aan het hart. Voor hen betekent zij een betrouwbare, veilige thuishaven.
Anderen veroorloven zich de vrijheid om nieuwe geloofsvormen te bedenken. In een ideale wereld zou een harmonische samenwerking tussen beide vanzelfsprekend zijn. Soms is die ideale wereld ver weg. Er zijn doorheen de eeuwen stevige meningsverschillen van inhoudelijke aard, en liturgische vormen liggen soms ver van elkaar.
Het begin
De organisatie van de vroege christengemeenschappen gebeurt vrij eenvoudig. Mannen en vrouwen met bijzondere inzet of deskundigheid worden met enige vanzelfsprekendheid door het volk toegejuicht als leidinggevend. Tegelijkertijd zijn er theologen met verschillende visies die zich laten horen. Centraal staat de identiteit van Jezus van Nazareth, beleden als Christus: Jezus is de Messias. Precisering van deze kernachtige formule is voor theologen aanleiding tot hevige discussies. Keizer Constantijn kijkt geïnteresseerd toe. Hij is begaan met de eenheid en stabiliteit van zijn rijk. Het zint hem niet dat de bisschoppen niet tot een akkoord komen in hun geloofsbelijdenis.
Chi-Ro
De eenheid van het Romeinse rijk is geen vanzelfsprekendheid. Wellicht heeft de verbreiding van de christelijke geloofsbeleving daar ook mee te maken, en zijn de Romeinse instanties niet blind voor hun impact. Constantijn voelt zich betrokken partij. Hij is vooral geïnteresseerd in die nieuwe beweging voor zover ze hem van dienst kan zijn. Begrijpelijk voor iemand die de ambitie heeft alleenheerser van het Romeinse rijk te worden.
In een droom zou hij geïnspireerd zijn geweest: “in dit teken zult ge overwinnen”. Het gaat om het chi-ro teken. Constantijn laat het op de schilden van zijn soldaten aanbrengen, omdat hij geloofde hierdoor sterk te staan in de strijd tegen zijn rivaal Maxentius. Beide koesterden dezelfde ambitie. De slag aan de Mylvische brug werd doorslaggevend. De overwinning van Constantijn betekende het bewijs van de meerwaarde van de god van de christenen: Hij heeft hem aan de overwinning geholpen!
Een concilie
Constantijn is echter verveeld met de houding van de bisschoppen die maar niet tot een vergelijk komen. De identiteit van Christus is een kwestie die uiteenlopende visies oproept. Constantijn laat de discussies niet aanslepen. Hij roept een kerkvergadering samen met de bedoeling de bisschoppen tot eensgezindheid te brengen. Het thema ligt echter complexer dan hij zich had voorgesteld. De vraag luidt: Wat belijden we wanneer we Jezus als de Christus, de Messias belijden? Is hij god of is hij mens, of is hij allebei? Verschillende meningen lijken de kerk in een diepe crisis te storten. Jezus “God” noemen is net iets te veel, hem “mens” noemen is net iets te weinig, maar een mengeling van beide, een godmens: half god en half mens is helemaal onaanvaardbaar.
Wanneer er geen eensgezindheid wordt bereikt zal Constantijn zelf de theologische knoop doorhakken. Hij zal niet beseft hebben welke de gevolgen zijn van zijn uitspraak. “Wezensgelijk” is het sleutelwoord dat de geschiedenis ingaat. Jezus en God de Vader zijn wezensgelijk. Van Jezus van Nazareth als profeet of predikant is er nauwelijks sprake. Vanaf het einde van de 4e eeuw ( Concilie van Constantinopel 380) hebben christenen er een geloofsbelijdenis aan over gehouden. Die staat onwrikbaar vast tot op vandaag. Een historisch monument.
Een Credo
De kerk als instituut is geboren. Jammer genoeg wordt de oorspronkelijke betekenis van het woord “Kerk” hierdoor verdrongen. Oorspronkelijk ging het om de verbondenheid van alle mensen die zich geroepen weten om in het voetspoor van Jezus te treden. Maar nu komen andere thema’s aan de orde. Van nu af aan gaat het over geloofspunten. Over dogma’s. Ze lijken in dienst stand te staan van de eenheid Constantijns rijk. De geloofspunten staan ver af van het verhaal van Jezus van Nazareth. Een bezielde profeet die arme en kleine mensen nabij is, die het om gerechtigheid en vrede te doen is. Hij wordt bedolven onder een reeks dogma’s. De verkondiging van het rijk Gods die in het hart van Jezus’ prediking staat is op het achterplan geraakt. De kerk is een wereldlijke instelling geworden.
De “kerk” voorbij
“Kerk” is geen onschuldig begrip meer. Met Vaticanum II en de opkomst van de secularisatie zijn gelovigen in een nieuwe wereld terecht gekomen. Na enkele decennia van bricoleren na het concilie heeft het verlichtingsdenken voorgoed zijn plaats verworven in onze cultuur. Geloven als het aanvaarden van geloofspunten is verleden tijd. De dogmatische uitspraken van de kerk leggen mensen gewoon naast zich neer. Het gaat niet langer om “het geloof”. Dat geloof is gewoon verdwenen. De kerk is niet in staat geweest de hedendaagse cultuur te omarmen. Het zoeken naar zin gaat namelijk door, maar mensen voelen zich aan hun lot overgelaten.
Het gaat helemaal niet meer over kerkdiscipline: zoals het veto van Johannes Paulus II in 1993 dat vrouwen nooit priester kunnen gewijd worden. Dààr zijn mensen niet mee bezig. Waar het vandaag over gaat is de politiek, de samenleving en de moraal. Het gaat over seksualiteit, abortus en euthanasie, over het klimaat. We leven ten slotte in een samenleving die zowat helemaal van het kerkinstituut vervreemd is geraakt.
Terug naar het evangelie
”Wie zeggen de mensen dat ik ben?” vraagt Jezus aan zijn leerlingen. Het is de vraag die mensen vandaag opnieuw ontdekken. Omdat ze daar geen ruimte voor vinden in het kerkinstituut gaan ze elders op zoek. In voordrachten, gespreksgroepen, boekbesprekingen: in of naast het kerkinstituut. Vooral de honger naar nieuwe inzichten in de eigen geloofstraditie vindt weerklank. De Bijbel wordt op een heel andere manier gelezen en geïnterpreteerd. Er is in de geloofsbeleving zoveel ballast uit het verleden dat moet worden achter gelaten.
Waar dat gebeurt ontdekken mensen een nieuwe zin in het samen uitwisselen van ervaringen en inzichten. Het gebeurt waar mensen geloven herontdekken als levensstijl, als overgave aan het grote mysterie van leven en dood. De samenhorigheid in onderlinge verbondenheid in bepaalde gemeenschappen is betekenisvol. En tegelijk zijn we ons bewust van hun broosheid. We kunnen niet hopen op de eeuwigheid van de gemeenschappen die vandaag aan hun geloofsovertuiging proberen vorm te geven. En we hebben daar ook wel vrede mee. Wat ons veel meer ter harte gaat is dat de boodschap van Jezus van Nazareth als bron van inspiratie voor mensen vandaag.
Ruimte voor de Geest
We zien het rondom ons gebeuren hoe kerkelijke voorschriften voorrang krijgen op de creativiteit van gemeenschappen die proberen in de geest van Jezus samen te komen. De organisatie van de geloofsgemeenschappen met gewijde mannen botst tegen haar grenzen. Als er nog een vitale priester te vinden is, krijgt hij meteen de eindverantwoordelijkheid van een dozijn kerken voorgeschoteld. Gelukkig is er een groeiend aantal lokale gemeenschappen die nieuwe wegen zoeken. Let wel: volgens de kerkelijke voorschriften mag enkel eucharistie worden gevierd wanneer de priester voorgaat. Gevolg is dat “een priester van dienst” zijn weekend vol maakt met een race van de ene kerk naar de andere.
Korinthe
Nog maar kort na de dood van Jezus horen we bij Paulus enkele hartverwarmende richtlijnen. Centraal staat de gave van de geest die aan allen gegeven is. Verder wordt de organisatie overgelaten aan de wijsheid van de gemeenschap. In verschillende van zijn brieven dringt Paulus er op aan dat het gaat om de geest die aan allen is uitgedeeld. Hij erkent dat er verschillende gaven zijn, maar dat alle gaven in dienst staan van het éne lichaam. Er is nergens sprake van priesters die het alleenrecht zouden hebben in het voorzitten van de gemeenschap. 1 Kor. 12, 4-11.
Het geldt ook vandaag. Als geloofsgemeenschap staan wij voor steeds nieuwe uitdagingen. Maar de kern van de evangelische boodschap blijft dezelfde. Dat we de bezieling van Jezus niet laten wegkwijnen, en dat we elkaar ook vandaag blijven bemoedigen. Mensen zijn op elkaar aangewezen als tochtgenoten en lotgenoten.
Ignace D’hert o.p.
25/08/2026

Voeg commentaar toe