Keuzes voor morgen

Op 18 februari 2026 gaat de christelijke geloofsgemeenschap een tijd van bezinning in. Het gaat om de zogeheten veertigdagentijd die geldt als voorbereiding op de viering van Pasen. Mensen willen voor zichzelf duidelijkheid scheppen waar ze voor staan. Het gaat om de vraag naar de keuzes die ze maken in hun leven. En ook of ze trouw zijn aan een engagement dat ze zijn aangegaan.

PROFETISCHE FIGUREN

Kerstpreek in Lubumbashi

Nagels met koppen. Enkel zo kunnen de woorden van de aartsbisschop van Lubumbashi, Fulgence Muteba, in zijn kerstpreek 2025 begrepen worden. Als voorzitter van de Congolese bisschoppenconferentie staat hij bekend als morele en maatschappelijke criticus van de Congolese regering. Hij levert felle kritiek op de internationale bemiddelaars in het Oosten van Congo. Hij beschuldigt de VS en Qatar ervan meer geïnteresseerd te zijn in grondstoffen dan het welzijn van de bevolking. Hij spreekt openlijk over wat hij een economische kolonisatie noemt.

Ook paus Franciscus heeft het thema van de economische kolonisatie reeds in gelijkaardige bewoordingen aangekaart. Moedige mensen die hun verantwoordelijkheid opnemen omdat ze geloven in de mogelijkheid van een rechtvaardige wereld.

Beroering in Washington

We werden ook nog in het voorbije jaar verrast door de preek van Marian Budde, episcopaal bisschop van Washington. Ze kwam opnieuw in het nieuws toen Trump voor de tweede keer geïnstalleerd werd als president van de VS. Zij riep de president op tot mededogen. “Laat mij een laatste verzoek doen. In naam van onze God vraag ik u om genade te hebben met mensen in ons land die nu bang zijn”. Daarbij nam ze het op voor de LGBTQ-gemeenschap die door de haatdragende taal van Trump weggezet worden als misdadigers en schadelijk voor de samenleving.

“Moge God ons de moed geven om de waardigheid van ieder mens te respecteren”. Budde geeft daarmee aan dat de onvervreemdbare waardigheid van ieder mens niet langer vanzelfsprekend is. Moed is tegengif tegen taal die ontmenselijkt. Het geldt niet enkele voor de VS, het geldt voor zoveel plaatsen in de wereld.

Secretaris-generaal in de VN

Het doet goed te kunnen verwijzen naar bekende mensen die het beste voorhebben met een rechtvaardige wereld. Ze worden niet moe, ook als hun inzet telkens weer niets te betekenen lijkt te hebben, of wanneer concrete stappen naar meer menswaardigheid een ijdele droom blijken te zijn. En toch is er die telkens weerkerende overtuiging dat alle inzet zin heeft.

Het is kernachtig uitgedrukt door Dag Hammerskjold die op Pinksteren 1961 het in zijn woorden formuleerde: “Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer ze gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand – of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven in onderwerping, een doel heeft. Vanaf dat moment heb ik geweten wat het wil zeggen, “ niet om te zien”, of “zich niet te bekommeren om de dag van morgen”.

BIJBELSE FIGUREN

Mozes

De veertigdagentijd wordt vaak een tocht door de woestijn genoemd. Als zodanig is dit niet bepaald aantrekkelijk. Maar ik hoef die woestijntocht niet alleen te gaan. Ik ben gelukkig met anderen samen verbonden in een zelfde verlangen naar echt en vol leven. Tochtgenoten en lotgenoten. We putten moed en vertrouwen uit het voorbeeld van Bijbelse figuren die in hun leven voor prangende uitdagingen hebben gestaan.

Zoals het verhaal van Mozes die zich uitgedaagd weet naar de farao te gaan en het volk weg te leiden uit Egypte. Er ontspint zich een merkwaardig twistgesprek tussen Mozes en JHWH. “Ik kan niet goed spreken” (Ex. 4,10) probeert Mozes de opdracht van zich af te wentelen. Maar dan volgt een welles-nietes gesprek tussen beide partijen tot er beroep wordt gedaan wordt op iemand die een uitweg kan bewerken.

Aäron

JHWH probeert Mozes’ ogen te openen voor de kwaliteiten die zijn broer Aäron heeft. Het heeft veel van misverstanden die zich in een pastorale ploeg voordoen. De dialoog is duidelijk. JHWH laat zich niet ompraten door Mozes. “Uw broer Aäron de leviet is er ook nog? Ik weet dat hij een goed spreker is! Hij gaat juist naar u op weg en zal blij zijn als hij u ziet. Spreek met hem, leg hem uw woorden in de mond . Ik zal u beiden bijstaan als ge moet spreken en u ingeven in wat ge moet doen. Laat hem in uw plaats spreken tot het volk: hij zal uw mond zijn, gij zijn god”. (Ex. 4,13-17)

Jeremia

Ten tijde van de ballingschap vinden we nog meer profetische gestalten die de hoop op een betere toekomst niet opgeven. Ze bevinden zich vaak in ondankbare situaties. Het is het geval van de profeet Jeremia die zich helemaal niet geschikt voelt om als profeet op te treden. Ook hij probeert er eerst tussenuit te geraken.

“Ach JHWH, mijn heer, Ik kan niet spreken, ik ben veel te jong. Maar JHWH antwoordde: zeg niet ik ben veel te jong! Naar iedereen tot wie ik u zend, moet gij gaan en alles wat ik u opdraag , moet ge hen zeggen. Wees niet bang voor hen, want ik ben bij u om u te redden” (Jeremia 1, 6-8).

Jeremia doet wat hij kan. Hij roept mensen op een einde te maken aan de verering van de afgoden die welig tierde in die dagen. Het is dan ook niet te verwonderen dat hij heel wat weerstand ondervindt. Hij wordt vaak vervolgd en mishandeld. Soms wordt het hem te veel en lucht hij zijn hart: “Soms denk ik: ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart; het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden, maar het lukt me niet” (Jer. 20,)

VEERTIG DAGEN

Waarheen?

We staan bij het begin van de veertigdagentijd. Veertig dagen zijn ons aangezegd om tot inkeer te komen. Vandaag kan het niet anders dan dat we ons niet alleen vragen stellen over ons persoonlijk leven, maar ook of het nog wel goed komt met de wereld. Zoveel ellende waardoor mensen alle waardigheid verliezen, tallozen die op de vlucht gejaagd zijn op zoek naar “God weet waar”.

Misschien is het wel daarom dat we samenkomen rond een oeroud teken dat ons herinnert aan onze broosheid. Onze eindigheid. Stof en as zijn we, vergankelijk als de wind. We worden herinnerd dat we “maar” mensen zijn, met beperkingen en gebreken. Maar tegelijk ervaren we een oproep om te doen wat haalbaar is.

Dat betekent dat er keuzes moeten gemaakt worden. De asoplegging waarmee we op Aswoensdag onze eindigheid erkennen geldt voor ons persoonlijk leven, heel zeker. Maar het geldt ook voor de geschiedenis waarin we staan. Het besef van de radicale contingentie van ons bestaan en van het hele wereldgebeuren roept indringende vragen op. Is er wel toekomst zoals het hoopvol heel de Bijbel door weerklinkt? Of draaien we alleen maar rondjes in een wereld die telkens weer hetzelfde te zien geeft?

Moed houden

De Bijbel erkent de twijfel die mensen kan overvallen en teneerslaan. Maar hij laat het perspectief van vertrouwen en hoop niet los. Het optreden van de profeten is er het mooiste bewijs van. Telkens weer wordt ons vertrouwen op een betere wereld op de proef gesteld. En telkens weer voelen we de aandrang niet op te geven. We worden inderdaad geconfronteerd met de vergankelijkheid van alles en iedereen, Maar er is ook de vreugde om het nieuwe leven dat we begroeten als een wonder. Ondanks alles. Laten we de woestijntocht van veertig dagen ter harte nemen.

Ignace D’hert o.p.
10/01/2026

Ignace D'hert

Ignace D'hert

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required