Schijn
De dagelijks wisselende uitzichten in Westelijk Schotland: die totale vergrijzing of verblauwing van de wereld…
West-Ierland, toen er zoveel regen viel door het dag, dat het niet meer duidelijk was waar zee en aarde en lucht begonnen en ophielden, en er een bleek, anorectisch maar zo aanwezig licht alles bij elkaar hield…
Witgesneeuwd landschap bij avondval, dat langzaam, maar steeds dieper, blauw wordt: bleekblauw, donkerblauw, zwartblauw, zwart met enkel nog een blauwe schijn vanbinnen…
Golven
De golvende horizon van de Tierra de Campos in Castilië, en de hevige verrassing die mij overviel, alsof ik een hoek was omgegaan, zo dichtbij was daar plots deze grote leegte, en hoewel ik er verder en verder in reed, de westerzon achterna, bleef die leegte maar voor mij uit hollen. Tot ik, even plots, de spits van een kerk erboven zag uitsteken, en wist dat ik daar zou mogen/kunnen stoppen voor de nacht…
Eenvoud
De uiterste eenvoud van het landschap rond de polderboerderij waar ik opgroeide: je kon het rechtzetten als een schilderij, en dan had je onderaan een dun veegje aarde, vaak grauw, soms goudgolvend als koren; daarboven de streep horizon, die je bijna met je vinger kon volgen, als een kind, even haperend bij de kerktorens en de hoeven; en daar dan boven, vier vijfden van het schilderij innemend, die onophoudelijke lucht… De polders: een gat met lucht…
De nog minimalere eenvoud van de Noordzee: met een fijn potlood is in het grijs een lijn getrokken. Tussen meer en minder grijs. Soms, in de vroege morgen of late avond, tussen grijs en oranje, grijs en geel, grijs en zwart, grijs en blauw, grijs en soms een werk van een naamloze meester.
Verdrinken
De wolkenlucht boven de zee, als de tomeloosheid zegeviert, Karel Appel-wild, Hollywood-breed, met toegeknepen banen zonlicht tussen de wolkenmassa’s, en daaronder een fluwelen donkerte waarin de baders en baadsters als op een schilderij van Ensor verdrinken, vlekjes mensen…
Het uitzicht als de wind gaat rukken in de bomen, als de luchten met hun hele lijf langs scheuren, haperend, botsend, als horen voelen wordt en omgekeerd, als de hemel verschuift met hele loden platen tegelijk, een volksverhuizing, een wereld op de vlucht…
Oeroud
Het uitzicht van het zwijgende zwart om twee uur ’s nachts: je weet dat een oeroud dier je aankijkt, heel stil ademend, de ogen half gesloten. Er valt niets te zeggen of te vragen. Alleen je ogen betasten zijn vacht.
Velours
Sahara, ver in Marokko. Het diepdonkere velours van de woestijnhemel boven mij, prachtig open gevouwen, benaaid met een weelde van steentjes, zoveel, zoveel. En ik maak met mijn hoofd de hele beweging het heelal rond, terwijl ik kijk, zo groot, zo groot. En toch, de oneindigheid lijkt hier heel dicht, net boven mijn hoofd, ik zou ze met mijn hand zou kunnen raken, als ik dat wilde.
Jouw gezicht
Het uitzicht op je gezicht, mijn lief… Er zit in een mensengezicht een verte die heel oud is, en toch zo dichtbij wil komen. Uit ondoorgrondelijke verre tijden ben jij hier bij mij nu, je fijne lijf een cadeau van alle voorouders, ze hebben je zo zorgvuldig uitgesneden uit de grote werkelijkheid. Als ik met mijn vinger langs je gezicht ga, raak ik dan ook al dat vroegere aan? En hoe zetten jij en ik weer andere uitzichten in gang, voor later, veel en veel later…?

Voeg commentaar toe