Onmacht na Pasen
Pasen is geen mirakeloplossing. Ook na Pasen is de onmacht niet plotseling weg, moet er gesproken en geluisterd worden, zorg gedragen en leven gedeeld. Denk even aan de Emmaüsgangers: twee totaal verloren mensen, verpletterd onder hun verdriet.
Maar dit en andere verschijningsverhalen vertellen iets ongelooflijks: kracht en hoop staan altijd weer op, brengen mensen samen, beloven nieuw leven. Voor Pasen is de onmacht totaal. Na Pasen staat naast de onmacht een belofte dat het leven niet verloren heeft. Die aloude belofte dat er iemand zal zijn, dat je niet alleen bent, dat leven zich kan oprichten, dat vernietiging niet het laatste woord heeft.
Het zijn geen loze woorden. Net omdat de onmacht zo diep ging, komt de ommekeer. Er stond een moeder bij het kruis, er zit een moeder bij haar stervend kind op zoveel plaatsen in de wereld. De onmacht wordt in de bijbel, in de evangelies heel concreet benoemd.
Onmacht in de Bergrede
En nergens wordt die onmacht concreter gemaakt dan in de Bergrede. Wat is de Bergrede anders dan een belofte aan zovele onmachtigen, zovele kleinen, zovele geslagenen: er komt ommekeer, er komt troost en zelfs vreugde.
Een concrete lijst
We herkennen inderdaad veel onmacht in de lijst mensen die Jezus noemt.
De onmacht van de armen van geest: meestal wordt dit uitgelegd als mensen die met weinig tevreden zijn, maar zou het niet gewoon de meest zwakken kunnen zijn, zij die in hun leven afhankelijk blijven, of worden, van hulp van anderen, van veel hulp? Daarom hébben ze al het Rijk der Hemelen, zegt Jezus. En misschien worden ze daarom ook het eerst genoemd…
En we kennen allemaal de onmacht van groot verdriet. Groot verdriet kan verwoesten. En toch zal er troost zijn, zegt Jezus, hij zegt het in de toekomende tijd, het is een stellige belofte.
En de zachtmoedigen, altijd weer wordt er over hen gelopen, van hen geprofiteerd. Maar ze zullen het land bezitten: hun zachtheid zal mensen meenemen, weer doen samenwerken, er zal gezaaid en geoogst worden, net omdat die zachtheid voor ieder een uitnodiging is tot meewerken.
En dan de duizenden die al zo vaak op straat kwamen tegen oorlog, voor het klimaat, voor vrouwenrechten, ze worden vanbinnen verteerd door honger en dorst naar gerechtigheid, mooier en straffer kan ik het niet zeggen, het doet pijn bij hen, zo hevig hunkeren ze, zo hevig lijden ze soms onder hun onmacht. En toch zullen ze verzadigd worden, zegt Jezus. En als hun brandend vuur leidt tot laster en vervolging, moge het hen dan troosten dat de stem van profeten nog altijd leeft en gehoord wordt, en die van de tirannen niet.
En de barmhartigen, en de zuiveren van hart, en de vredebrengers: altijd weer lijkt het of eerlijkheid het onderspit moet delven in onze maatschappij, alsof liegen en bedriegen overwinnen. Maar het is net die kleine goedheid die een hele maatschappij draagt. Hun zuiver hart zal de bedrukten oprichten en weer moed geven. En omdat ze vrede boven veroordelen stellen, zullen ze vijandschap overwinnen, het beste in mensen weer naar boven brengen.
Geloof het maar…
Geloof het maar, zegt Jezus. Het is soms een beetje wankel geloof, zeker als in ons eigen leven onmacht aanwezig is, zeker als we de beelden blijven zien van grote onmacht. En toch, zegt de bijbel dan, geloof het maar. Onmacht moet benoemd worden, aangeklaagd worden, er moet tegen betoogd worden en gestreden. Maar laten we nooit de belofte van redding vergeten, altijd zijn er handen die doen wat handen normaal gezien niet kunnen…
ZALIGSPREKINGEN_ Mattheüs 5, 1-12
Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
1/ “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
2/ Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
3/ Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
4/ Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
5/ Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
6/ Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.
7/ Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
8/ Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen.
9/ Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
10/ Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die voor u geleefd hebben.

Voeg commentaar toe