VERRIJZENIS: EEN WERKWOORD VOOR ELKE DAG
Hoe verrijzen veranderde van betekenis…
Ik heb een probleem. Ik worstel namelijk nogal met hoe het concept “verrijzenis” in het Paasverhaal in de kerk begrepen wordt: Christus is verrezen, hij is uit de doden opgestaan, hij heeft de dood overwonnen, zo klinkt het. Deze zinnen en beelden hebben echter door de tijden heen een betekenis gekregen die heel ver staat van de toenmalige en zelfs huidige vertelcultuur in het Midden-Oosten. Men heeft er eigenlijk, met alle respect, wel een potje van gemaakt.
In het Bijbelverhaal vinden de vrouwen en de leerlingen een leeg graf. Het dode lichaam van Jezus lijkt wel op onverklaarbare wijze verdwenen. Neem dat beeld, voeg er een Grieks-filosofische saus aan toe over scheiding van lichaam en geest en je krijgt uiteindelijk een geloofsbelijdenis die het heeft over iets als de verrijzenis van het lichaam.
Het is een vertaling die in alle geval geen prijs zal krijgen voor inzicht in de beeldtaal van de oorspronkelijke vertellers. Het deed me al lang geleden de vraag stellen of geloof in zo’n soort verrijzenis iets is waar ik iets mee aankan, waar ik zou van kunnen leven? De vraag stellen, was ze ook meteen beantwoorden.
Verrijzen in de beeldtaal van de oorspronkelijke vertellers
Later ben ik gelukkig op het spoor gekomen van een mogelijke andere interpretatie die ik met u wil delen. Het is er één die dichter ligt bij hoe in het Midden-Oosten naar verrijzenis gekeken wordt. Verrijzenis is daar omzeggens de gewoonste zaak van de wereld. Men verrijst er aan de lopende band – ik overdrijf misschien wel een beetje, maar toch.
De focus ligt er dan ook heel anders: men heeft het niet in de eerste plaats over iets dat zich op het einde van het leven zou kunnen afspelen, maar op het leven zelf, zoals het zich aandient. Daarin kan op ieder moment verrijzenis gebeuren. Het is een heel rijk en gelaagd begrip dat thema’s in zich meedraagt van opnieuw geboren worden, van overleven, van verzet, van transformatie.
Altijd de mogelijkheid om weer op te staan
Verrijzen houdt er in zich de diepe intuïtie, het vertrouwen en de hoop, soms tegen beter weten in, dat er zelfs in de donkerste momenten van grote gebrokenheid, een mogelijkheid bestaat om op te staan, om zichzelf te vernieuwen of te transformeren, om opnieuw geboren te worden. Dat mag je zien op persoonlijk niveau, maar ook als groep, als gemeenschap, als volk. Verrijzenis gebeurt er zo op politiek, sociaal en cultureel vlak. De ervaring dat dit kan is er tastbaar en reëel.
Het is wellicht ook daarom dat het beeld er zo veelvuldig gebruikt wordt in verhalen, in kunst en rituelen. Een treffend voorbeeld is dat van de woestijn, de steppe, die gaat bloeien wanneer bloemen steeds weer opschieten na een zeldzame regenbui. Dat bloemen kunnen bloeien in wat voorheen alleen dorheid was, dat is verrijzenis.
“Elke dag sterf ik opnieuw…”
Het is vermoedelijk ook met die achtergrond dat Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs het geloof in de verrijzenis als essentieel stelt. Zonder dat geloof, zegt hij, is alles zinloos: als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg… of nog: “Elke dag sterf ik opnieuw, broeders en zusters […]. In Efeze heb ik op leven en dood gevochten; wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had? Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’
Wanneer hij zegt “Iedere dag sterf ik”, bedoelt hij hier waarschijnlijk niet de letterlijke dood, maar de vele momenten van ontreddering, van vervolging, van tegenslag en duisternis. Maar ook dat hij rond zich zag, daadwerkelijk kon ervaren dat duister en dood overwonnen worden, dat verrijzenis effectief gebeurt in het kleine opstaan en in het grote.
Leven vanuit verrijzenis
Maar om echt te leven vanuit verrijzenis, is nog meer nodig. Het vraagt een andere basishouding. Er is een andere blik, een ander soort ervaren voor nodig.
Om het terug met Paulus te zeggen: “Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is verslonden en overwonnen’.
Verrijzenisgeloof gaat hier over een persoonlijke transformatie voor elk van ons. Het is vergelijkbaar met hoe in de soefi-traditie naar verrijzenis gekeken wordt: een innerlijke transformatie die je doormaakt, waarbij het “zelf”, het ego, alles wat je louter op jezelf richt, moet sterven om spiritueel herboren te kunnen worden. Alleen zo kan je het goddelijke toelaten en ervaren.
Hoe de leerlingen verrijzenis leren…
Als we het paasverhaal vanuit dat standpunt lezen, dan gaat het verhaal misschien wel minstens evenzeer over de verrijzenis of nog-niet-verrijzenis van de leerlingen als over de verrijzenis van Jezus. In die interpretatie moet Jezus’ verrijzenis er al geweest zijn tijdens zijn leven, net daarom heeft hij gedaan wat hij gedaan heeft en is hij tot het uiterste gegaan, met de consequentie dat hij er het leven zou kunnen bij inschieten. Hij heeft niet voor zichzelf gekozen, niet voor het eigen leven, maar voor een hoger doel: een rechtvaardige maatschappij, leven voor iedereen.
Bij de leerlingen aan het graf zien we zo ook de eerste sporen van dat verrijzen: de leerling die eerst een tijdje aarzelt en pas dan binnengaat, ziet eigenlijk niets meer dan de andere, maar tegelijkertijd ook alles en gaat geloven, hij krijgt inzicht en zo uitzicht.
Petrus, de andere leerling, is daar nog helemaal niet aan toe: hij blijft maar naar de zwachtels staren, sporen van de gestorven vriend, sporen van een afgesloten verleden, van het onherroepelijke. Het is alsof hij zich nog moet losmaken van zijn eigen zwachtels, losmaken van de angst om naakt en met niets over te blijven. Hij zit nog in zichzelf opgesloten, de blik naar binnen en op zichzelf gericht.
Maria van Magdala lijkt nog een beetje tussen de twee te zweven: ze ziet het nieuwe leven, maar wil het oude ook nog blijven vasthouden. Jezus lijkt haar te zeggen: in het graf is niets te vinden. Daar is geen leven. Laat het verleden los. Ik ben te vinden waar mijn vrienden samenkomen en hun ervaringen delen met elkaar, waar ze opkomen tegen wat verrijzenis onmogelijk maakt.
Het moet te zien zijn…
Het moet immers te zien zijn, te ervaren zijn dat wat duister en doods is overwonnen wordt – dan weten we dat hij leeft, dat zijn leven hier en nu verder gebeurt. Zoals hij meegeeft aan zijn leerlingen: “het is nu aan jullie handen toevertrouwd”.
En aan onze handen dus, hier en nu. Als wij Pasen vieren, zeggen ook wij dat wij geloven in verrijzenis, dat opstanding mogelijk is, hier vandaag in deze wereld.
Bommen blijven vallen, onrecht blijft mensen aangedaan, pijn en duisternis blijven ons deel, maar zij zullen niet het laatste woord hebben, wanneer er steeds opnieuw mensen zijn die durven verrijzen en zonder angst het onrecht aan de kaak blijven stellen.
Vervuld van levensadem
Verrijzen zullen ze niet doen door de woorden te volgen van moderne profeten die het hebben over zelfrealisatie en het werken aan het ik. Maar wel door de blik naar binnen te richten en dat ik-gerichte te laten gaan en zich vervuld te laten worden.
Zoals we het zingen: Vol te stromen met levensadem en opnieuw geboren te worden. Om dan opnieuw de blik naar buiten te kunnen richten en met de nieuw gekregen opstanding te doen wat echte vreugde geeft: de hongerigen voeden, de gevangenen bezoeken, de zieken nabij zijn en opstaan, roepen voor zij die dat niet kunnen, Jezus achterna. Want ook aan hen, aan ieder mens, aan de hele schepping is verrijzenis aangezegd. Steeds opnieuw en onvervreemdbaar.

Voeg commentaar toe