Aan de rand
In alle tijden, in alle culturen zijn er mensen die ‘aan de rand van de samenleving’ zitten. Wier leven kapot is, die de moed hebben opgegeven, die zich onaangepast gedragen, in een situatie terecht zijn gekomen van eenzaamheid, verdriet en hopeloosheid. Hoe kunnen wij ons afstemmen op deze mensen?
Jarenlange vergeefse hoop
Eén bepaald evangelieverhaal (Joh 5) zet ons op weg.
Jezus en zijn groepje besluiten, op weg naar Jeruzalem, eerst naar Betesda te gaan. Dat is een soort kuuroord, dicht bij de tempel, met een groot bad, en daarrond 5 zuilengangen met zieke mensen: blinden, kreupelen, lammen…
Het water van dit zwembad is verbonden met een bron, en op bepaalde tijdstippen stijgt dit water ongewoon. Als het water in beroering komt, kan een wonder gebeuren, zegt men. Wie dus als eerste in het bad kan komen, die is genezen. Maar wat met wie blind is, wie lam is geraakt…. Het is daar het recht van de sterkste bij al die hopeloze en zieke mensen!
Toewijding
En dan focust dit verhaal op de ontmoeting van Jezus met één mens, een verlamde man die daar al 38 jaar ligt. Een uitzichtloze, naar wie Jezus zich toewendt, radicaal. Hij kent de hopeloosheid van dit leven, en toch richt hij zich naar deze mens. Wat een moed, wat een toewijding. Met een blik die niet gehinderd wordt door diagnose (38 jaar!), door vooroordelen. Zo vrij, zo indrukwekkend vrij. Hij hoort het weeklagen en hij spreekt hem aan.
Hij vraagt: ‘Wil je gezond worden?’ En dan horen we een man die klaagt en zaagt, het zijn de anderen die hem niet helpen, het zijn de anderen die hem voorsteken… Zo iemand, met zo’n uitzichtloosheid en zo’n geklaag, die werkt op de zenuwen. Wil hij eigenlijk nog wel iets? Hulpverleners vandaag zouden zeggen: deze man heeft geen hulpvraag, dus wij kunnen niets voor hem doen.
Een diep verlangen gewekt
Maar Jezus betrekt deze irritante reacties niet op zichzelf. Hij slaagt erin om met zijn vraag een diep verlangen op te roepen. Een vraag die een keerpunt zal worden. Hoe hij dit deed, hoe empathisch hij was, daar horen we niets over. De schrijver Johannes houdt het kort: ‘Sta op, neem je matras op, en ga!‘. Blijkbaar is Jezus’ betrokkenheid op deze mens de juiste, maar ook de tamelijk kordate toon is blijkbaar nodig bij iemand die al zo lang bij de pakken neer gaat zitten.
Kleine verrijzenissen
Waar zien wij dit gebeuren? Wat vraagt dit van ons, wat vraagt dit van iemand die het al zo lang opgegeven heeft… Het is een mysterie, die kleine verrijzenis die hier gebeurt. Verklaren kunnen wij niet. Maar we herkennen het wel in wat we rondom ons soms hier of daar zien gebeuren.
Een voorbeeld: een vrouw belt een buurvrouw op, en zegt dat ze het niet meer uithoudt bij haar man. De relatie is helemaal verzuurd, de verhouding met de kinderen gespannen, ze ziet het totaal niet meer zitten. Ze is op. De buurvrouw weet niet wat gezegd: onhoudbare situatie, een scheiding die er zit aan te komen. Ze stelt voor om samen een fietstocht te doen, er even tussenuit. Tijdens die fietstocht luistert ze, uren en uren. Ze moet zich intomen, ruimte maken voor de andere, voor het verdriet en de pijn, voor de ontgoocheling van de vrouw, de verwijten, de stress…
De buurvrouw veroordeelt niet, ze oordeelt niet, ze fietst, ze kampeert, ze is er, ze blijft aanwezig. Er is toewijding. Ze is zo verbouwereerd over de ernst van de situatie dat het niet in haar opkomt om de man te veroordelen. Na deze tocht verzamelt de vrouw moed. Ze gaan uit elkaar en de toestand wordt leefbaarder.
Tweede voorbeeld. Iemand die aan een alcoholverslaafd familielid zegt: Wil je dat, een leven zonder drank? Wil je opnieuw een relatie met je vrouw, met je kinderen? Wil je je werk behouden? Wij zullen eraan beginnen, met afkicken. Kom maar bij ons, voor een tijdje.
Uithouden in de onmacht
Soms lukt het om zich af te stemmen op heel gekwetste mensen. Maar dit vraagt leeg-worden van onszelf, uithouden van onmacht. Andries Baart noemt dat in zijn presentietheorie: doormodderen. Niet zomaar wat aanmodderen, maar verstandig en liefdevol doormodderen. Zelf een weg zoeken, zelf recht blijven. Maar tegelijk: je afstemmen en richten naar de anderen. Doen wat kan gedaan worden. Door de woestijn gaan, doorploeteren, en daar een weg ontdekken die tot leven leidt.
Soms lukt het, soms niet…
Jezus was blijkbaar iemand die liefdevol en verstandig ‘doormodderde’ met hopeloze mensen. En Johannes lijkt te suggereren: soms lukt het, soms lukt het niet. Die ene, te midden van al die andere hopeloze mensen, die staat op, neemt zijn matras en gaat. Niet het water komt in beroering, hijzelf komt in beweging. Maar al die anderen? Bij hen lukt het niet. Zij staan niet op. Het is onmogelijk om alle mensen te helpen. Ook Jezus maakt er maar één gezond. Ik vind dat een beetje ontgoochelend. Ik had er toch graag wat meer gezien. Maar ook in deze onmacht moeten wij standhouden.
De weerstand van de systemen
Opvallend in verhaal is ook de weerstand tegen het feit dat deze ene mens opstaat en gaat. Er is een systeem, een religieus systeem, waarin farizeeën veroordelen: “Hola, het is sabbat, ge moogt uw matras niet dragen.” Alsof dit Gods geest is… Johannes schetst het contrast heel scherp.
Voor de vrijwilligers van vzw Thope is dit zeer herkenbaar geworden: hebben we eindelijk een huis gevonden voor een groot vluchtelingengezin, hebben we het met een groepje geschilderd, dan roept het systeem: ‘Hola, de keuken is geen 220cm hoog, dan rekenen we dit volume niet mee, dan is dit huis ongeschikt voor zoveel personen.‘ Of het sociaal verhuurkantoor: ‘Ja maar, dat zijn schuine daken in de slaapkamers, dat is te klein hoor, dat mogen jullie niet verhuren….’
Of: een vluchtelingenmeisje haalt na vele jaren uitstekende resultaten in het secundair onderwijs, met toch een onvoldoende in het vijfde jaar. Ze pleit ervoor om de hele vakantie te mogen studeren om alsnog een tweede kans te krijgen. ‘Hola’, roept ons onderwijssysteem, ‘herexamens zijn alleen in noodsituaties toegelaten!‘
Genadeloze systemen
Hoe meer je aan de kant van de meest kwetsbaren komt te staan, hoe meer je leert om je af te stemmen op hun diepste verlangens naar menselijkheid, naar respect en ‘meetellen’, hoe genadelozer onze samenleving in het vizier komt. Niet alleen een religieus systeem, ook het systeem van de sociale sector, ook het genadeloze systeem van onze economie. Jezus kende deze weerstand ook, en de machteloosheid was ook zijn machteloosheid.
Uithouden
Johannes schetst Jezus als iemand die het uithoudt. Hij kan omgaan met conflicten. Hij loopt niet in de val van repressie, van mensen afschrijven of wegsturen. Hij kan het hebben, hij neemt het voor lief, trekt het zich niet persoonlijk aan.
En te midden van de tegenstand, te midden van de onmacht staan hier met hem de vrouwen en de mannen die zich afstemmen kunnen op de meest weerlozen in de samenleving. Die zich daarin oefenen. Die liefdevol en verstandig doormodderen. En daaraan een grote, diepe vreugde beleven. Want voor mensen die lijden doet het er toe dat er iemand is die naar hen omkijkt, onvoorwaardelijk en trouw. En soms gebeurt dan een kleine verrijzenis…

Voeg commentaar toe