Heb elkaar lief

“Dit is mijn gebod: dat ge elkaar liefhebt”. Het is een woord dat de evangelist Johannes midden in de zogeheten “afscheidsrede” van Jezus plaatst. Een soort testament dat hij zijn vrienden nalaat, vlak voor zijn arrestatie, tijdens het zogeheten laatste avondmaal. “Niemand heeft groter liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden”.

Het zijn woorden die in de voorbije periode van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren een bijzondere betekenis krijgen. Ze wijzen vooruit naar een levensstijl die als gids voor de Jezusbeweging kan worden beschouwd. Het is het enige waar Jezus het over heeft. Geen structuren of onwrikbare dogma’s. Alleen: “dat je elkaar liefhebt”.

De buurtwinkel

De woorden speelden door mijn hoofd toen ik deze morgen aanwezig was bij een uitvaart van een vrouw uit een buurtwinkel die ik alleen maar oppervlakkig kende. Ze was 65 en gedurende vele jaren had ze samen met haar echtgenoot de winkel gerund. Fijne mensen die hun zaak op een klantvriendelijke manier behartigden. Met aandacht voor de détails waarmee ze haar klanten van dienst kon zijn. Het laatste jaar was ze slachtoffer geworden van een kwaadaardige kanker. Ze had veel pijn en wist dat haar levenseinde nakend was. Ze had zelf het initiatief genomen de mensen uit de buurt met wie ze een hechte band had op de hoogte te stellen. Op haar beurt had de buurt met haar meegeleefd. De verbondenheid was oprecht en wederzijds.

Liefde ademen

Vandaag hebben we afscheid van haar genomen. Met een dienst in het crematorium. Haar echtgenoot en de beide kinderen hadden het afscheid voorbereid aan de hand van enkele persoonlijke woorden, opgeluisterd met veel bekende liedjes die de verbondenheid voelbaar maakten. Een klein uur dat door het hart sneed. Na de dienst was ikzelf en ook het gezelschap waarin ik me bevond erg geraakt. De eenvoud waarmee haar leven werd voorgesteld en de liefde voor haar echtgenoot en de kinderen die doorklonken waren bijzonder ontroerend. Met een groet aan de urne verlieten mensen in stilte het crematorium, diep onder de indruk van het gebeuren dat één en al liefde ademde. Er was geen enkele keer een religieuze allusie. Ik heb het ook niet gemist. Als enig eenvoudig symbool waren er enkele kaarsjes voor de kinderen en kleinkinderen bij haar foto. Alle andere symbolen of rituelen waren overbodig. De intensiteit van de liefde vulde de stilte. Er werd niet gesproken over een leven na de dood of over een verlangen naar een weerzien in een hiernamaals.

Er is alleen de liefde die blijft

Het woord van Jezus tijdens het afscheid van zijn vrienden moet iets in die zin geweest zijn. Dit is mijn gebod, dat ge elkaar liefhebt. Daarin ligt alles bevat waar het in het leven om gaat. De woorden van de dienst in de voormiddag klonken als een bevestiging hiervan. Los van alle kerkelijke gebeden of vrome preken. Zonder wijwater of wierook. Zonder kerkelijke voorganger. Maar met woorden en liedjes die de liefde opriepen die haar op unieke wijze verbonden met haar echtgenoot en gezin. Een mens is niets meer dan stof en as. Niets blijft er over. En toch: zo is het goed. Er is alleen de liefde die blijft. Een mensenleven is afgerond. “Dit is mijn gebod: dat ge elkander lief hebt”. Méér kan niet gezegd worden.

Elke dag zijn eigen leed

Ik had de presentatie van het boek “Tot God” van Christophe Vekeman bijgewoond en was aan het lezen gegaan. De titel maakte me nieuwsgierig. Er is ruime bekendheid gegeven aan het boek omdat het afkomstig is van iemand die naam heeft in de literaire wereld en reeds achttien romans op zijn naam heeft. Hij was niet bekend als iemand die met religie bezig was. Vandaar dat de titel verwondering wekte! “Tot God”: er klinkt een zekere intimiteit in door. Ging het over een zoeken van God, of een spreken met Hem, een verlangen naar God, of eerder een protest tegen Hem. Ik was benieuwd. Het boek begint met het verhaal van een bijzondere ervaring. Hij vertelt over een soort ontmoeting waardoor zijn leven een diepere betekenis kreeg. Op zeker moment wordt hij getroffen door de spreuk op een bord “elke dag zijn eigen leed” die hij toevallig had opgemerkt. Het gebeurde op klaarlichte dag aan het Van Beverenplein in Gent. De auteur voelt zich zodanig geraakt dat er een nieuw licht voor hem op gaat. Het gaat niet om een “bekering” benadrukt hij. Hij was ten slotte als katholiek gelovige opgegroeid, maar dit moment betekent een inbreuk in het leven dat hij tot dan had geleefd.

De worsteling

Het voelt inderdaad aan als de doorbraak naar een verdiept geloof. Hij beschrijft ook de worsteling die het bij hem teweeg brengt omdat zijn mensbeeld door de lezing van de Bijbel en de kennismaking met het traditioneel katholiek geloof een soort omwenteling betekent. De traditionele geloofsvoorstellingen worden als een openbaring ervaren. Jezus als de zoon van God die op aarde gekomen is om door zijn lijden en dood onze zonden op zich te nemen en weg te wissen beschrijft hij als een redding uit een non-bestaan. Als gezant van hierboven neemt Jezus de erfzonde van ons weg en komt Hij ons met zijn genade tegemoet. Zijn goddelijke zending wordt geïllustreerd door de wonderen die hij verricht zoals de wonderbare broodvermenigvuldiging of de genezingen. Vooral de verrijzenis is voor hem het sluitstuk van het geloof. Hij ziet Jezus’ verrijzenis als fysiek gebeuren waardoor het hele credo een samenhangende betekenis krijgt: vanaf de erfzonde tot het eeuwig leven.

De geloofsbelijdenis

Het contrast met de ervaring bij de uitvaartdienst van deze morgen is groot. Uiteraard heeft ieder mens een eigen geloofsweg en zal deze niet door iedereen op dezelfde manier worden beleefd. Persoonlijk voel ik me meer thuis bij de “seculiere” uitvaartdienst van deze morgen dan in de revival van de katholieke traditie die door sommigen wordt gepromoot. Sommige gelovigen zijn vooral begaan met het herstel van de traditionele katholieke geloofsbelijdenis die geformuleerd is geworden in de grote concilies uit de vierde/vijfde eeuw die tot op heden probleemloos wordt opgezegd in de liturgie als uitdrukking van ons geloof.

Dat gij elkaar liefhebt

Dan toch liever het gebod dat Jezus zijn leerlingen meegeeft: “Dit is mijn gebod dat gij elkaar liefhebt”. Er zijn geen “harde feiten” die de basis vormen van het christelijk geloof. Geen proclamatie van de waarheid over Jezus van Nazareth. Onze kennis over Hem kan niet worden losgemaakt van de interpretaties die hem werden toegedicht. Naast belangrijke overeenkomsten zijn er ook aanzienlijke verschillen. Dat blijkt uit de vier evangeliën naast alle andere evangelies die de ronde hebben gedaan, maar die niet in de kerkelijke traditie zijn opgenomen. Wat wij over Jezus weten is in belangrijke mate gekleurd door de situatie van het jodendom in zijn dagen, en door het Griekse denken dat de culturele toon van die dagen in belangrijke mate heeft beïnvloed. We kunnen niet “achter” de interpretaties van de Bijbelverhalen tot bij de zogezegde “zuivere” feiten terug. Die zogeheten “zuivere” feiten bestaan niet. Wat Jezus juist verteld heeft weet niemand. Hooguit zijn enkele flarden blijven hangen van wat hij “ongeveer” moet gezegd hebben. Wat ons is doorgeven zijn onvermijdelijk gekleurde verhalen van menselijke en dus subjectieve ervaringen.

Een niet te vatten werkelijkheid

We spreken in ons geloof onvermijdelijk in symbolen die niet de werkelijkheid zelf zijn, maar verwijzingen naar een werkelijkheid die met onze rede niet te vatten is. Het geldt voor het geheel van onze geloofsbelijdenis. Wat we belijden is geen opsomming van zuivere feiten. Er is geen nederdaling ter helle, geen hemelvaart, geen laatste oordeel, en geen verrijzenis van het lichaam. Dat betekent niet dat de beelden betekenisloos zijn. Het weze echter duidelijk dat ze geen wetenschappelijke waarheid zijn (als die er überhaupt al zou zijn!). De beelden die we hanteren zijn symbolen die uitdrukking kunnen zijn van gelovig vertrouwen. Maar we dienen de grenzen van onze kennis te erkennen. En dus ons geloof niet beschouwen als kennis over een “andere” werkelijkheid. Want die is er niet. Wat we wel weten is het gebod dat Jezus heeft nagelaten: heb elkander lief. Dat is in déze tijd voor ons de uitdaging.

Ignace D’hert o.p.

7/06/2024

Ignace D'hert

Ignace D'hert

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required