Hoe vaak vergeven?
In Matteus 18 vraagt Petrus aan Jezus hoe vaak een mens moet vergeven: “Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?” Het antwoord van Jezus: “Neen, zeg ik u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal”.
Verrassend toch, dit antwoord, want net voordien had Jezus furieuze woorden gesproken: “Wie zichzelf gering acht zoals dit kind is de grootste in het Rijk der hemelen. En wie in mijn Naam zulk een kind opneemt, neemt Mij op. Maar als iemand een van deze kleinen die in Mij geloven aanstoot geeft, zou het beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals hing en hem liet verdrinken in het diepste van de zee. Wee de wereld vanwege de ergernissen!”
Vergeven is niet simpel
Er zijn veel ergernissen die kleinen worden aangedaan. Er is dus veel te vergeven om opnieuw te kunnen beginnen. Maar het opvallende geweld in deze evangelielezing zegt al genoeg: vergeven is niet simpel. Vergeten en vergeven, zegt het spreekwoord. Maar er zijn ervaringen die je nooit kan vergeten, er zijn kwetsuren die een heel leven bepalen. De reeks Godvergeten maakt dat maar al te duidelijk.
Als we kleinen letterlijk nemen, dan begrijpen we ergens de colère van Jezus als hij spreekt van een molensteen rond de nek en in de zee… Maar de families opgejaagd in Gaza, in Congo, in Oekraïne, op zoveel plaatsen nog meer, zijn dat ook geen kleinen? Er zijn zoveel kleinen overgeleverd aan onrecht, geweld, mensonwaardige levensomstandigheden. Mensen worden woest van alle onrechtvaardigheid die ze zien, weten gebeuren, en van de machteloosheid die hen verlamt.
Blijven herbeginnen
Petrus verschiet van Jezus’ scherpe woorden, denkt aan die hoop en vraagt dan hoe vaak hij moet vergeven? En Jezus, die daarnet nog over die molensteen sprak, verrast hem weer: zeventig maal zeven maal herbeginnen. Nooit ophouden te herbeginnen.
Maar dat brengt ons weer bij ons begin: hoe doe je dat, als de wonde blijft bloeden, als de kwaadheid niet overgaat. Als je op straat bent gezet door ouders die niet kunnen of niet willen voor je zorgen? Als je in het land waar je naartoe bent gevlucht, moet blijven vechten om een goed leven te vinden? Als je lichaam kapot is gemaakt door godvergeten mensen? Als je twee uur op de bus moet zitten naar de speciale school waar je graag komt, en ’s avonds weer eens twee uur? Als je een hele dag wroet tussen je dieren en op je akkers, en nog de rekeningen niet kan betalen?
Vergeven als werkwoord
Sorry voor al dit negatieve, maar het is blijkbaar altijd zo als we over vergeven spreken: vergeven heeft te maken met zoveel woede, verdriet, onmacht, zinloosheid. En die wrijf je niet weg door eventjes te gaan vergeven… Vergeven is een werkwoord, een onregelmatig werkwoord, is een proces van lange adem, lijkt vaak onbegonnen werk. Vaak is het tegenovergestelde het geval: in plaats van vergeven groeit er verharding. Bitterheid, verstarring in de cel waarin men opgesloten zit, geen kracht meer om nog iets te proberen, iets te hopen, iets te dromen, iets te verlangen. Misschien zelfs wraak en vergelding. Er is iets dood gegaan in de geslagen mens die verstard is, en nu moet de ander dood…
Confronterende woorden
Maar dan heb je Jezus’ woorden weer, en daarom bewaren we ze: die woorden zijn vaak zo revolutionair confronterend dat we niet anders kunnen dan ons weer in vraag stellen. Als hij dat zo confronterend zegt, zeventig maal zeven, betekent dat dan niet dat er toch kracht over is, ook voor mij als slachtoffer? Ook voor mij als veroorzaker van leed?
Zachtheid
Er is een lied waarin Oosterhuis dat heel scherp heeft kunnen zeggen: “Wek mijn zachtheid weer, geef mij terug de ogen van een kind, dat ik zie wat is, en mij toevertrouw, en het licht niet haat…” Kijk, die laatste zin zegt alles: er is licht, er is altijd licht, zegt het evangelie, maar aub help mij dat ik het niet haat. En weer zacht kan worden, andere ogen krijg, die zien wat er wel nog is, die iets van de
overgave van een kind hebben, in vertrouwen dat ik niet alleen ben…
Het grote geld
Dit confronterende verhaal van Jezus komt net na een parabel over het grote geweld (Mat 18) en trekt vergeven nog wat meer open, op het maatschappelijke niveau. Daar waar het grote geld oorzaak is van zoveel agressie, uitsluiting, oorlogen.
Jezus vertelt over een dienaar die een dienaar een grote schuld vergeeft. Waarna de betrokken dienaar zelf uiterst hardvochtig optreedt voor een veel kleinere som die iemand anders hem schuldig is. Hij laat hem zelfs in de gevangenis werpen.
Zowel de koning als de schuldenaar reageren in eerste instantie met geweld, en geen klein beetje ook. Maar dan luistert de koning toch en scheldt een grote schuld vrij. Een onmogelijke schuld zelfs. Als ik even omreken: 100 denariën was de ene man de andere schuldig. Een dagloon was één denarie, dat geeft ongeveer een idee van de schuld, drie maandlonen ongeveer. Maar een talent was 6000 denariën waard, en de koning schrapte 10.000 talenten!
Menselijkheid tegenover hardvochtigheid
Zelfs wie niet kan hoofdrekenen beseft dat tienduizend x 6000 een onmogelijk groot bedrag is. Als de koning zo’n kolossale som kan laten vallen, moeten de grootgeldbezitters dat dan ook niet overwegen? Ik klink naïef, maar schuldherschikking, eerlijker prijsafspraken en verdeling zijn toch geen dromen, maar reële oplossingen? Jezus zet hier menselijkheid tegenover hardvochtigheid. Zachtheid tegenover verharding. Luisteren en heroverwegen tegenover blind verdienen. Maar hij legt die woorden wel in de mond van iemand aan de macht…
Een kwestie van rechtvaardigheid
Ze blijven confronterend, die evangelieverhalen. Want als we nog eens naar het verhaal kijken, zie ik dat het niet goed afloopt, er is blijkbaar geen 2e of 3e of 4e keer vergeven voor de hardvochtige, hij moet en zal een onmogelijke schuld afbetalen. Zijn er dan toch situaties waarin geen vergeving, geen tweede kans mogelijk is? Nee, wat we zien is rechtvaardigheid, die tussenkomt in een situatie die alleen maar veel woede zal opwekken. Wat we zien is een rechtvaardige straf, hoe zwaar ook. Iemand moet voor die rechtvaardigheid zorgen. Hier is dat de koning, vroeger drager van de rechtspraak. Bij ons zijn dat onze instellingen, onze eigen justitie bijvoorbeeld. Maar ook de politiek als verantwoordelijken, met goede wetten. En de solidariteit in zorg en onderwijs en eerlijke prijzen.
Verharding vermijden
Vergeven is een werkwoord, is een proces, soms een lang en pijnlijk proces van op de vingers tikken, straffen, nieuwe afspraken, compromissen, uitwegen zoeken, proberen te herbeginnen. Maar altijd vanuit medemenselijkheid, vanuit een gedeelde positie, wat in het evangelieverhaal luisteren en medelijden genoemd wordt.
Laten we blijven zoeken om verharding in onze wereld te vermijden, om het gesprek gaande te houden, om te blijven luisteren, zelfs al voelen we ons onmachtig en in woede, zelfs al is ons klein en groot onrecht aangedaan…

Voeg commentaar toe