BEETJE LENTEMELANCHOLIE
Al dat jong geweld, dat uitbarst, al tien stappen verderop is, bloemen in overschot heeft, wiegt alsof wiegen een splinternieuw cadeau is, glanst alsof er een wedstrijd bezig is.
En wij die stijf worden na een dag stappen, na te lang zitten, na wieden in de tuin, na een te lang gesprek, na teveel eten, herbeginnen wij dan niet? Onze stam is al getekend als de kerselaar voor mijn raam, met scheuren in en een spleet waar een hand in kan, maar gezond, zei de boomman vorig jaar, gezond hoor. En de perenbomen zijn in vreemde vormen gegroeid, maar ze beloven weer veel vrucht dit jaar.
Belofte
Moet dit mijn melancholie verdrijven: de belofte dat op die krakende, gescheurde stam van ons weer veel sappigs bezig is, veel dat nog altijd een jonge kleur heeft, veel dat kan wiegen als een jonge danser?
Ach, vertrouwen is boom en plant en dier zo diep in hun wezen ingebakken. Maar mensen, ho!, die moeten elke keer weer diep adem halen, hun ogen weer op een verte richten, hopen dat iemand zal beginnen zingen met die zachte stem van haar of hem, zoals ze woorden uitspreken, kunnen laten hangen rond je hoofd.
Hop
Mensen moeten zeggen tegen die rug en die benen van hen: allez, hop, wiegen. Ook de eerste stap kan al mooi zijn.
Mensen moeten leren blij zijn als ze wakker worden uit naar of eentonig gewaai in hun hoofd. Dat er overal licht is, zonder onderscheid, ook voor hen. Dat geen pijn hen naar beneden trekt, als een hinderlaag, maar dat het licht alles doorlaat wat kan en wil bewegen.
In dat licht mag je zelfs een beetje naakt zijn, je gezicht naar de zon draaien, onbeschermd, je ogen laten vollopen, je armen die koffie zetten en dan je helpen bij het eten, je lichaam dat weer weet dat het een belofte is voor de komende dag…

Voeg commentaar toe