Lof van het kleine

Onzichtbare mens

Lange eeuwen is literatuur een zaak geweest van de elite, van koningen en machthebbers en heldhaftige strijders. In de Nederlandse literatuur is er pas in de late negentiende eeuw aandacht gekomen voor de kleine mens, zo vaak onzichtbaar en kwetsbaar. Cyriel Buysse schreef over Maria Beert, een fijn jong meisje uit een Oost-Vlaams dorp, dat verkracht wordt en dan maar moet trouwen met haar verkrachter (Het recht van de sterkste). Streuvels schreef over een weeskind, opgesloten in grijze internaten (De blijde dag).

Goede boodschap

Maar de evangelieverhalen, zovele eeuwen eerder, drijven helemaal op die aandacht voor de kleine mens. Ik vind het in elk geval zeer opvallend: de goede boodschap wordt bijna uitsluitend doorgegeven via kleine mensen. Het is niet dat de groten afwezig zijn, ze zijn er wel, maar ze worden getekend als dragers van de macht, die de vrijheid niet verdragen die Jezus de kleine mens gunt.

Voorbeelden

Zoveel voorbeelden van gewone mensen, vaak met hun naam, vaak ook zonder. Van Jozef die zorg draagt voor het zwangere meisje Maria tot Nicodemus die zorg draagt voor het lijk van Jezus. Zacharias en Elizabeth. De herders. De vissers. Levi de tollenaar en Zacheus de tollenaar. Het dochtertjes van Jairus. De weduwe die haar zoon kwijt is. De zorgdragende honderdman. Martha en Maria. De vele andere vrouwen die genoemd worden, sommige ingebed in een prachtig verhaal zoals Maria Magdalena (denk aan het Paasverhaal), of de Syro-Fenische vrouw die Jezus leerde wat racisme is, of de vrouw aan de bron, of de wenende publieke vrouw, of de vrouw die bijna was gestenigd.

Soms worden ze enkel genoemd, gewoon herinnerd en genoemd, zoals in Lucas 8 Johanna (de vrouw van Herodes) en Suzanna, maar bijvoorbeeld ook nog de zieke schoonmoeder van Petrus. En dan al die naamloze zieken die genezen worden, in elk geval ten diepste beluisterd.

Barmhartige weduwe

De meest betekenisvolle kleine mens is voor mij de arme weduwe, van wie Jezus, die haar vanop een afstandje aandachtig observeert, zegt: zij is de grootste… Het lijkt wel of zij, die het al zo moeilijk heeft als weduwe en oud en arm is, op haar eentje de tempel heeft gered, te midden van al die anderen die alleen maar aan zichzelf dachten. De tempel als plek van barmhartigheid, van vertrouwen en toevertrouwen…

Jezus’ voorbeelden

Ook in Jezus’ voorbeelden klinkt dat kleine grote door: het mosterdzaadje dat een boomstruik van 3 meter hoog wordt, dat ene schaap, die onschuldige kinderen. Ook de zaligsprekingen draaien de normale verhoudingen om. Zijn gelijkenis van de werkers van het elfde uur tart alle kapitalistische logica (voor zover het kapitalisme een normale logica heeft). De genezen blinde is meer waard dan de sabbat, het kalf dat in de put valt ook. Je begint te begrijpen waarom de machthebbers zo woedend worden op deze man die alles omkeert. Er zit in hem een ongrijpbare vrijheid, die mensen iets van die vrijheid teruggeeft.

Veronica’s troost

Zoveel kleine verhalen van kleine mensen, ze geven die goede boodschap van de evangelies zoveel betekenissen. Neem nu Veronica. Pas doordat zij daar is, om met een doek bloed en zweet en pijn van zijn gezicht weg te vegen, begin je te beseffen wat die calvarietocht geweest moet zijn. Geschreeuw, drukte, geduw. En dan plots iemand zien die je echt aankijkt. En dan plots zien dat je niet helemaal alleen bent, dat er mensen meegaan in je lijden.

De kracht om veel te zeggen

Het kleine heeft de kracht om heel veel te zeggen, veel meer soms dan het grote. Het is lente, de bomen staan nu massaal in bloei, maar wie niet goed kijkt en niet ziet dat zo’n bloeiende boom eigenlijk bloeit door al die kleine miraculeus open gekomen bloem- en bladknoppen, die heeft niets gezien. Niet de scheppende kracht van zo’n boom. Niet het vele werk dat eraan vooraf is gegaan, al van in de winter. Zo’n kathedraal is impressionant, maar pas als ik een steen zie met een merkteken van de steenkapper erin, besef ik het wonder van samen bouwen, van het plan in het hoofd van de bouwmeester tot het lef om stenen zo hoog te durven leggen.

Als we de Paaskaars ontsteken, herhalen we alle verhalen van Uittocht, van loskomen van slavernij. Als we brood en wijn delen, dan willen we dat de boodschap van deze uitzonderlijke mens, die toch vermoord werd, niet verloren gaat, meegenomen wordt in ons klein groot leven. Niets is abstract, zeggen de evangelies, het gaat om mensen, en mensen zijn niet groot of klein, mensen willen leven, willen goed samenleven, willen gezegend leven.

(beeld: de vrouw die kwam uitwenen bij Jezus en zijn voeten masseerde met geurige olie, want woorden had ze niet… Lucas 7, 37)

Dominicus Gent

Dominicus Gent

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required