Magnificat

De radiopresentatrice kondigt op Klara als muziekstuk een Magnificat aan. Magnificat, zegt ze, ik heb dat altijd zo’n mooi woord gevonden.

Magnificat

Ik krijg een stompje in mijn onderbuik: ze heeft gelijk, wat is dit toch een wonderlijk rijk woord. Groter maken, is dat niet wat ik ten diepste wil? Dat het moment in de theater- of orkestzaal groter wordt. Dat het gesprek dieper gaat. Dat het eten lekkerder is, en hulp vragen aan kruiden, of zout, of een citroen met geheime krachten. Dat ik me voel verzinken in de avondlucht. Dat ik even mijn hart bedank. Dat de kleinzoon weer zo’n droge opmerking maakt. Dat we wandelen en hoekjes ontdekken. Dat we ons in het zweet mogen werken, en dan goedkeurend mogen grommen als de boel opgeruimd is.

Groter maken

Magnificat anima mea: mijn ziel maakt groter… Mijn ziel wordt zelf ook groter. Hoeveel keer is de puber van zestien al groter geworden. Hoeveel ikken heb ik er zo al bijgekregen. Hoeveel verhalen om te vertellen, hoeveel herinneringen om zorgvuldig mee te dragen, hoeveel stille verlangens.

En terwijl de muziek speelt op de radio (het was niet Bachs Magnificat, eerder iets van Telemann, meen ik) denk ik: hoeveel trompetten klinken in mij als ik mijn bloed voel stromen? Hoeveel baslijnen als ik door de wereld stap? Hoeveel stemmen roepen in mij hun alleluja’s (ik die niet hou van pathetiek, ik wil soms wel eens heel hard schreeuwen, of evengoed door een muurtje lopen; mijn jongere collega’s wisten dat en glimlachten dan al op voorhand…).

Groeien

Je bent gegroeid, zegt ik tegen kleinzoon Sander, als ik hem terugzie van zijn vakantie. Kom opa, zegt hij, we gaan eens meten. Op de binnenkant van de kelderdeur staan de potloodstreepjes die aangeven hoeveel hij al gegroeid is.

Kijk eens, zeg ik, hoeveel streepjes. Er is iets in jou dat jou omhoog tilt, waar zit dat ergens. En ik duw in zijn armpje, en in zijn buik, en hij weert mij lachend af en gaat dan netjes tegen de deur staan. Maar dit keer was hij niet gegroeid. Alleen in mijn eigen hoofd. Dan is hij soms al veel en veel groter dan hij eigenlijk is…

Guido Vanhercke

Guido Vanhercke

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required