Moeilijk te definiëren
Nederigheid: een deugd uit de oude doos? Gebruikt door overheden, machthebbers allerhande om mensen klein te houden, op hun plaats te zetten? Aan wie kritiek had zegde men dat ie nederiger moest zijn. Je moe(s)t je plaats kennen. “Laat de grote mensen spreken, hou jij verder je mond”.
Nederigheid is moeilijk te definiëren; zoals elke deugd is dat één tak aan de stam van de boom der deugden die zelf in een grondhouding geworteld is. En, ook zoals andere deugden, staat nederigheid ergens “in het midden”, tussen ongefundeerde trots en zelfondermijnende bescheidenheid.
Moeilijk te beleven
Nederigheid is ook moeilijk te beleven. In het evangelie horen we: ‘wie zich verheft zal vernederd, en wie zich vernedert, zal verheven worden’. Een omkering van posities, een omwenteling. Knecht wordt baas en baas knecht. Is er dan iets veranderd?
Bij Lucas vertelt Jezus dat de genodigden bij het binnenkomen beter nederig kunnen afwachten, dan zullen ze straks op de beste plaatsen aanliggen. Op zich bewijst dat natuurlijk nog geen nederigheid: het kan ook een perverse strategie zijn om te bereiken wat je eigenlijk wilde: de hoogste positie, de “one up”. Zolang “na u” blijven zeggen tot de ander toegeeft en eerst door de deur gaat. Wie is dan de baas? Wie onder? Wie boven? Diplomatie.
Het is de dubbelzinnigheid van elke ‘nederigheid’. Tot het laatst wachten om bediend te worden om als ‘nederige mens’ op te vallen. “Kijk eens naar de koning, de bisschop, de paus hoe hij met het gewone volk omgaat, handen drukt, baby’s kust”.
Onbewuste nederigheid?
Godfried Bomans: “Nederigheid is de moeilijkste deugd, want krachtens haar aard is zij zichzelf on-bewust”.
De echt nederige mens zou zich van zijn nederigheid niet bewust zijn. Is dat zo?
Onbewust nederig, is dat hetzelfde als spontaan nederig? Kan dat spontane nederigheid?
Onverschillig voor wat anderen over ons denken
Eén aspect van nederigheid is zeker een soort vanzelfsprekende onverschilligheid over hoe anderen over ons denken. Niet langer belang hechten aan “hoe ik overkom”, “zullen ze me wel “leuk” vinden? Heb ik geld genoeg, opleiding genoeg, mooie kleren genoeg, heb ik de juiste wijn in huis, heb ik de juiste mobiele telefoon, enz. om tot de kring van de volwaardige mensen te behoren? Of om beter te lijken dan anderen: een nederige mens heeft weinig of geen behoefte om in de ogen van anderen “een hele piet” te zijn. Een nederige mens vervalst geen statistieken om een artikel in een A-tijdschrift geplaatst te krijgen; of, hij neemt geen epo om een rit in de tour de France te winnen.
Een nederig mens maakt zichzelf niet afhankelijk van wat anderen vinden dat hij moet doen of laten, vereenzelvigt zich niet met de rol die anderen van haar / hem verwachten. Zelfstandig oordelen en handelen, van binnenuit beslissen, innerlijke vrijheid zijn een voorwaarde voor nederigheid.
En die onafhankelijkheid is heel iets anders dan “mezelf zijn” dat vandaag soms onverschilligheid of onbeschoftheid betekent.
Geen macht
Maakt een nederige mens zichzelf niet afhankelijk van andermans oordeel, hij heeft er ook geen behoefte aan anderen van zichzelf afhankelijk te maken. Hij wil geen macht uitoefenen en laat anderen in hun vrijheid. Als hij invloed op anderen heeft dan is het omdat van haar of hem iets waarachtigs uitgaat, een soort oproep, iets wezenlijk menselijks, een aantrekkelijke echtheid. Een waarachtig nederige mens heeft altijd een beetje het charisma van een krachtdadige én zachtmoedige profeet.
Waarachtig
De nederige mens beseft eigen mogelijkheden en beperktheden. Zonder angst of eigenwaan staat ie in zijn eigen waarheid en waardigheid; maar, zo waarachtig dat hij de relativiteit ervan ziet en er afstand kan van doen. Daardoor heeft hij humor en kan oprecht met zichzelf lachen; hij kan zelfs, zonder te spotten, lachen om wat hij heel waardevol vind.
Hij is open en erkentelijk voor al het waardevolle dat in zijn leven komt, hij is nieuwsgierig, dociel, “paraat”, bereid zich te laten beleren en bekeren tot nieuwe manieren van kijken naar het leven, zichzelf en anderen.
Hoe mogelijk?
Maar hoe is dat mogelijk? Hoe komt een mens ertoe af te zien van succes om het succes, niet te willen domineren. Af te zien m.a.w. van al die natuurlijke neigingen die noodzakelijk lijken om te overleven in de “struggle for life”. Kan dat?
Alleen wie grondig overtuigd is van de principiële gelijkwaardigheid van alle mensen kan zelf hun gelijke worden. (“We hold these truths to be self-evident that all men are created equal…). Maar het gaat hier om meer dan politiek, om meer dan psychologie.
Gedeelde menselijkheid
Die droom van gedeelde menselijkheid is de ware bron van nederigheid; die reikt verder in de tijd, ja, overstijgt ons als mensen. Ze is als een kiem in onze evolutie uitgezaaid, is ons ingeschapen. We kunnen ze ervaren als onvoorwaardelijke liefde die ons dankbaar doet beseffen dat alles gave is. In de loop van de mensengeschiedenis toont die liefde zich in mensen die hun leven daaraan toevertrouwen. Jezus van Nazareth deed dat op unieke wijze. Daarom wordt hij mensenzoon en kind van God genoemd. In zijn dienende menselijkheid, in zijn kruisdood toont zich de ultieme nederigheid: die is niets anders dan Gods Geest van liefde in een mens. Zoals Paulus zegt in het 2e hst. van de Filippenzenbrief: het gaat erom “de gezindheid van Christus Jezus” na te volgen, “die als mens verschenen zich heeft vernederd en gehoorzaam werd tot in de dood van het kruis”. Een tekst die we geregeld – thuis – eens moeten herlezen.
(viering Dominicus Gent – sept 2013)

Voeg commentaar toe