Ik zie een merkwaardige beweging: het lijkt wel of er een generatie komt die genoeg heeft van de cynische liberale leegte en oude religieuze woorden gaat claimen om weer wat afbakening te maken.
Schuld en vergeving
Generatie is veel gezegd, maar in de schrijverij zie ik toch iets dat opvalt. In De Standaard stond een interview met schrijfster Saskia De Coster, waarin ze diep nadacht over schuld.
Ze had haar relatie verloren door vreemd te gaan, en leed daar zeer onder. Ze benoemde zichzelf zelfs als dader, en ze eindigde haar overwegen met de opmerking dat ze een God nodig heeft omdat ze zichzelf niet kan vergeven, een warme niet-veroordelende liefde die ze blijkbaar lijfelijk ervaart…
Lieke Marsman, Nederlandse auteur die ongeneeslijk ziek is, laat optekenen: ik heb iets nodig voorbij mijn ratio, hoe heb ik ooit niet kunnen geloven…
Offer en mystiek
De Gids, het oudste Nederlandse literaire tijdschrift, heeft een heel nummer over het begrip offer: als de wereld op het spel staat, zijn we bereid iets te offeren? En wat is dat iets dan?
Op internet zag ik een filmpje met Willem Vermandere die zei: als je kind sterft en je bent niet in staat om dat mystiek te overbruggen, dan ga je eraan kapot. Opvallend toch hoe oude woorden een nieuw leven krijgen…
Terugkeer naar rituelen
Anderen willen weer de symbolische weg gaan, de weg van de rituelen die een heel andere “taal” spreken dan ons woordengeklepper. Vaak sluiten ze daarom weer aan bij kerkdiensten.
Kristien Hemmerechts getuigde hoezeer de diensten in de Antwerpse Sant’Egidio-gemeenschap haar kunnen vullen. Ze maalt blijkbaar niet om de inhoud van de woorden, ze laat (zegt ze zelf) zich bedwelmen door wierook en samenzijn en sociaal engagement.
In Nederland gingen Stephan Sanders en Willem Jan Otten hen al voor, zetten een stap voorbij hun kritische zin en dompelden zich onder in de oude katholieke ritus. Vandaar naar je echt laten dopen is dan maar een stap. Ze schreven allebei een boek over dat nieuwe geloven van hen. Christophe Vekeman deed het in Vlaanderen met zijn jongste boek: Tot God.
Wat zeggen we eigenlijk?
Alle respect voor wie in de oude kerkelijke traditie wil stappen, zo doen bekeerlingen dat vaak, met meer dan overtuiging. Maar ik denk dat het goed is dat we weten wat we zeggen als we die aloude woorden gebruiken. Ik hoop dat die bekeerlingen niet louter oude godsbegrippen overnemen, maar die oude religieuze woorden mee helpen opfrissen.
Wat is die steun die ze daar vinden, als hun begrijpen tegen een muur aanloopt? Vermandere heeft zelf een kleinkind verloren, wat bedoelt hij als hij spreekt van mystiek? Ik wil dan graag naar hem luisteren. Wie is die vergevende God waar Saskia De Coster naar hunkert?
Een lege plek voor iemand
Ikzelf vind en laat dat woord leeg. Als God (zoals geschreven en beweerd) liefde is, dan interesseert het haar/hem niet wie zij/hij is. Dan gaat het over de ontmoete ander, wie of wat dat ook moge zijn. “Een lege plek voor iemand, om te blijven…”
Dieu, c’est ta mère
In Parijs zag ik jaren geleden op een vensterluik geschilderd: Dieu, c’est ta mère. Als we het toch over dat oude woord willen hebben, dan denk ik aan de vrouw uit Djibouti die ik in een tv-reportage zag. 7/7 verkocht ze op straat de verslavende kat-bladen, die vooral mannen daar constant kauwen. Ze deed dat om de universiteit van haar oudste dochter te kunnen betalen. Maar ook om de andere drie kinderen eten en kleren en onderdak te kunnen geven.
De camera volgde haar toen ze thuis kwam, en dan nog aan het eten moest beginnen, en aan de aandacht voor de jongsten. Zeven op zeven zich wegcijferen. Haar man was, als zovele mannen overal, ervandoor. Maar vrouwen doen voort, geven niet op, met een wil die verbijstert.
Als ik het over dat oude woord God zou hebben, dan zou ik niet anders dan dat verhaal vertellen…

Voeg commentaar toe