Pasen: over kleine en grote verrijzenissen…  

Mariusz Kruk (SMAK) - Machariuskerk - Gent
Kleine verrijzenissen

Ik wil het over Pasen hebben, en over verrijzenis. Wat kan ik zeggen over verrijzenis? Wel, dat dat woord voor mij toch een speciale betekenis gekregen heeft, omdat ik in mijn leven een aantal verrijzenissen heb meegemaakt. Meestal kleine, maar soms ook grote verrijzenissen.

Ik heb mensen gekend die opstonden uit zware verslaving. Die zich ontworstelden uit een vernietigend huwelijk, of uit zwaar misbruik in hun jeugd, en toch een goed leven konden opbouwen. Ik heb iemand gekend die verlamd thuis zat door angst, en door een formidabele huisdokter stap voor stap genezen is en weer buiten kwam. Zelf ben ik op mijn 19de door iemand zo diep beluisterd geweest, dat mijn leven een andere wending nam…

Dus is verrijzenis voor mij een kostbaar woord geworden, dat spreekt van een groot geheim. Men zegt wel dat de dood een geheim is, en dat is ook zo. Maar misschien, denk ik dan, is leven nog een veel groter geheim… Om het in bijbelse taal te zeggen: dat de dood niet het laatste woord heeft…

Woede en onmacht

Soms is dat woord verrijzenis voor mij een manier om mijn woede en onmacht een beetje te helpen. Denk eens aan het verhaal van de Goede Week, die net voor Pasen komt. Toch een echt gruwelverhaal, hoe men een mens kan vermoorden. Dan denk ik: ja, het is goed dat het verhaal hem laat verrijzen. Je zou er bijna bij gaan vloeken: het mag verdorie toch wel, die verrijzenis van deze man, die volgens het verhaal zo pijnlijk aan zijn einde is gekomen.

De man die zelf aan zoveel kleine verrijzenissen meehielp in zijn leven. Hij zei dan altijd: het is uw geloof dat u gered en veranderd heeft, maar hij was het toch maar die luisterde en dat luisteren de diepte gaf die mensen uit de vernietiging redde. Het kan toch niet dat zoveel liefde in die mens verloren zou gaan? Die grote liefde die hem dreef moet toch bewaard blijven, en verder werken? En de gruwel is nooit gestopt. Hoevelen zijn na hem ook zo onmenselijk vermoord.

Laten we even stilstaan, en denken aan al die kinderen die nooit kans van leven hebben gekregen, die stierven in oorlog of op de vlucht, of in slavernij, of nog op een andere manier, nog voor ze echt konden bloeien. De vernietiging is hier zo nietsontziend, dat er een duidelijk statement moet worden gemaakt: dood, jij hebt niet het laatste woord… Ik ben er zeker van dat Pasen zo  wordt ervaren door miljoenen mensen: als een statement tegenover vernietiging en dood.

Alle uitgedeelde liefde

De dood is een geheim, en zal wel altijd een geheim blijven. Trouwens ook in dat wondere evangelieverhaal. Hun ogen waren gesloten, staat er verscheidene keren vermeld. En zo is het. Bij elke dood worden onze ogen gesloten. Bij elke begrafenis valt het mij op: die afgesloten ogen, die wenen om het gemis.

Maar anderzijds: het lichaam is weg, maar niet al die liefde die de overledene uitdeelde, weggaf, achterliet. Trilt niet elke begrafenis van het verlangen die liefde te blijven koesteren? Men neemt afscheid van de dode, maar niet van de liefde die gebleven is. Ik denk dat dat geheim veel en veel groter is dan het geheim van de dood.

Hiernumaals

Ik las ooit dat dominicaan Schillebeekx sprak over hiernumaals, in plaats van over hiernamaals. De eeuwigheid waar mensen misschien op hopen, gebeurt nu, is al bezig. We kregen het leven van wie voor ons kwamen, we kregen van hen de taal en de kennis en de wijsheid, allemaal dingen die eeuwig lijken, in elk geval sterker zijn dan de dood…

En geven wij dat alles op onze beurt niet weer weg en door, tot we helemaal uitgedeeld kunnen achterblijven in wie van ons verder leeft?

Zo gebeurt het ook de evangelieverhalen (die verhalen zijn echt wel speciaal…):  hun ogen blijven gesloten, de geliefde mens is weg, zal niet meer terugkomen om opnieuw te beginnen. Maar er zijn momenten van kleine en grote verrijzenis. Bijvoorbeeld als de twee mannen overstuur, kapot zelfs naar Emmaus terugkeren, en iemand ontmoeten die hen de verbanden met de oude geschriften uitlegt, en dan het brood met hen deelt: dan brandt hun hart…

Bijvoorbeeld als iemand zo luistert dat hij de wonde in Thomas’ hart letterlijk aanraakt. Als iemand de ontroostbare vrienden van Jezus mee helpt vissen. Bijvoorbeeld als ze zijn woorden in gedachten houden en voelen hoeveel deugd dat doet elke dag samen, en straks op Pinksteren…

Kracht die de wereld stuurt

Verrijzenis is elke dag bezig, en gaat verder na de dood… Ik vind dit een zeer troostrijke gedachte, te mogen geloven dat goedheid en liefde, dat rechtvaardigheid en zorg niet verdwijnen met de dood, maar zich toevoegen aan die oneindige, eeuwige kracht die liefde is in de wereld. Een kracht die de wereld stuwt en richt, die aanklaagt en oproept, die zich omkeert en luistert, die lesgeeft en uitvindt, die zorg draagt en zingt.

Die stuwende kracht is veel en veel groter dan de kracht van vernietiging, al zijn er momenten en tijden dat we soms het omgekeerde denken. Maar nee, zegt Pasen, en ik gebruik het beginvers van een gedicht van Szymborska: “Na elke oorlog moet er weer iemand zijn die begint op te ruimen…”

Pasen is Genesis: is weer beginnen opruimen, orde scheppen, leven mogelijk maken, dat op zijn beurt weer ander leven zal mogelijk maken. Het houdt niet op, het zal nooit ophouden. Er is een Liefde (met hoofdletter) die recht doet aan alle inspanningen van mensen om goed te zijn, goed te doen. Mensen geven zichzelf erin weg, letterlijk, en, zegt een psalm met een prachtig beeld, er is een Hand die hen opvangt.

Met halve ogen

Maar onze ogen blijven gesloten, zien zullen we maar soms, met halve ogen, op kleine verrijzenismomenten. Maar dat is niet erg. Deze wereld wordt gebouwd op weggeven, op vertrouwen dat het goed is en zal zijn, zelfs al weten we het niet zeker, zelfs al wijst veel soms in de tegengestelde richting.

We weten niet wat onze goedheid achterlaat in de eeuwigheid van deze wereld, en eigenlijk kan het ook niet anders. Goedheid is geen optelsom, maar ook een geheim. Er is dat mooie joodse verhaal van de 36 rechtvaardigen die op elk moment de wereld redden, maar het van zichzelf zelf niet weten dat zonder hen de wereld verloren is. Ze zijn niet bezig met zichzelf, ze doen wat moet, en net dat redt de wereld rondom hen.

Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt Jezus. Hij gebruikt die twee woorden als twee synoniemen. Waar leven is, daar is verrijzenis. Waar verrijzenis is, daar is leven…

Guido Vanhercke

Guido Vanhercke

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required