Al die lichamen

Avondzon en een grote boot

Ik zat in de trappistenkerk van Westvleteren, dat unieke gebouw dat hoog boven de aanwezigen een grote boot voorbij laat varen, symbool voor alles wat een boot kan betekenen, maar toch vooral zichzelf, een houten platbodem daar hoog in de lucht. De avondzon viel door de ramen onder de boot en de kerk koesterde zich in de vlekken, toonde hoe ook een gebouw zinnelijk kan zijn bij tijd en wijle.

Avondofficie

In dit gebouw begon het laatavondofficie, wat dan de completen wordt genoemd. Ik weet dat dat sluiting betekent, de dag wordt gesloten, weer een dag is gevuld en wordt nu losgelaten voor de nacht, en hopelijk de rust. Maar was er ook iets compleets hier, dat deze mannen er maar naartoe bleven komen, sommigen een leven lang?

Ik probeerde te begrijpen, te grijpen, wat het geheim was van deze spaarzaam aangeklede ruimte, bakstenen in de muren en op de grond, van een kleur die straks, verder in de avond, zo eindeloos als een woestijn zou worden. Geen einder meer, een onmetelijkheid, zeker als ze op het eind het Salve Regina zingen.

Al die lichamen bijeen

Was de ruimte dan wel leeg? Ik zag plots hoeveel lichamen hier verzameld waren. Allereerst het lichaam van elke monnik afzonderlijk, zoals ze dat met trage zorg binnenbrachten, bogen, knielden, stil werden. Wat was de diepte in elk van deze lichamen waar ze zich naar binnen keerden? Welke geschiedenis had elk lichaam? Wat zocht het hier waarin het wilde verzinken? Of verzonk het niet, was het vanbinnen nog altijd strijd? Een stil lichaam toont zichzelf op een unieke manier: kijk naar mij, zie hoe ik uit de werkelijkheid gesneden ben, zie hoe ik een kleine wereld vul, zie mij.

De grotere lichamen

En dan zag ik een na een de grotere lichamen die de kleine lijven omringden: de gebedsmantels met hun mouwen als vleugels, hun gezamenlijke zitten bij elkaar, het ritueel dat ze in- en uitademden, zo natuurlijk was het, ze waren daar niet alleen, ze waren daar omringd. En hun zingen toonde hun grotere lichaam, een sonoor zacht lichaam was dat.

Zingen zet een lichaam open, verbindt het met andere lichamen op een manier zoals zintuigen dat minder sterk kunnen. Zo lijkt het toch, anders zouden mensen niet zo vaak en zo graag samen zingen. En er was wat ze zongen, het aloude lichaam van de psalmen, duizenden jaren menselijk verlangen en vertrouwen bewaard en doorgegeven. Dus al die oude stemmen waren daar ook, als je er even bij stilstond. Net zoals al onze woorden van oude monden komen, we nemen ze nooit nieuw in de mond, ze proeven nog van al die bijna tastbare levens voor ons.

Ze zongen die avond: de Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. En de warme eenvoud van die bewering was net wat ik nodig had, een toeval dat geen toeval meer was omdat alles wel iets te betekenen heeft, als je er even bij stilstond.

Nog grotere lichamen

En de lichamen werden geleidelijk groter: steeds meer stilte omringde ons, zoals je zwijgend kan samenzitten bij wie je vriend is, bij wie je liefhebt, en geen woorden meer nodig hebt. Steeds meer verte omringde ons, omdat, zoals ik al zei, de bakstenen muren oplosten in het groeiende duister, en groot en leeg werden als de woestijn, hemel en aarde en daartussen de kleine mens, die zich tussen die grootheden niet verloren voelt.

Want boven deze kerk welfde zich de donkere nacht, en iedereen weet dat de nacht een dreiging kan zijn, in dromen of in werkelijkheid, dat weten ze in Gaza, en waar ook ter wereld mensen vluchten, maar al te goed. Maar in die stilte slaat dan de klok nog eens, als om aan de wereld te zeggen: hier wordt het geloof bewaard dat het leven goed en veilig kan zijn, en gedeeld, en bezongen, en gezegend. Vreemdeling ergens alleen onderweg, we bewaren alles voor jou, tot we elkaar ontmoeten. Tot dan, en nog veel verder ook.

Liefde als grootste lichaam

Daarom zingen ze ook dat Salve Regina op het einde, dat in de Latijnse versie die ik ken, met die hoog opspringende klinkers, o pia, o dulcis, bijna klinkt als een liefdeslied, als een aai zo dicht, mooiere ode aan het lichaam is er misschien niet. Een liefdeslied aan hun moeder ook, in wie ze hun geloof in steeds weer scheppend leven eren. Ze weten wel van Gaza en Soedan en Oekraïne, ze zijn niet naïef, maar hun geloof in een liefde die sterker is dwingt hen het elke avond weer te zingen. Ook voor zichzelf natuurlijk. Wie wil er niet inslapen met de hand van zijn moeder of vader dichtbij.

Kunnen meereizen…

Zo verliep mijn laatavondofficie. Of ik gebeden heb, weet ik niet, toch niet zoals die mannen daar, zij zullen het wel veel persoonlijker hebben gedaan. Maar zo’n lege ruimte, die mensen alleen maar gebouwd hebben rond hun diepste verlangens, als om gemakkelijker daar zicht op te krijgen, zo’n lege ruimte doet mij iets. Meestal toch, het hoeft voor mij geen larger than live Sint-Pietersbasiliek te zijn, zo’n abdijkerk bij avondval is ook al goed, of een klein stil parochiekerkje waar duidelijk al veel is geleefd en soms nog een eenzame kaars blijft branden.

Je kan zeggen dat zo’n lege ruimte eer brengt aan de God die hier aanbeden wordt, maar soms denk ik dat het anders is, dat een religieuze ruimte eer bewijst aan al wie hier komt, wie zij of hij ook is. Als ik denk dat mensen soms met zo’n schamel leven zonder veel kansen of aanzien moeten toekomen, dan, vind ik, bewijst zo’n mooie leegte met zijn zachte licht dat mensen meer waard zijn dan hun krappe vier muren, hun donker achterkamertje, hun weggebombardeerde tent. Alle goede bedoelingen worden hier geëerd. Alle onmogelijke verlangens. Elke eenzame angst. Misschien, denk ik, als ik die grote boot boven mij voorbij zie varen, zal ook het onzichtbaarste leven kunnen meereizen. Het grote leven is, door zo tastbaar en zichtbaar te worden, aan zichzelf verplicht om niets verloren te laten gaan. Zeg dat Luc De Vos het ooit gezongen heeft. Het nog altijd zingt…

Guido Vanhercke

Guido Vanhercke

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required