Over de toekomst van de synodaliteit
Storm op het meer
Het verhaal van de storm op het meer dat Matteus vertelt is ten overvloede gekend. Jezus stuurt zijn leerlingen op weg terwijl hij zichzelf terugtrekt. Hij gebiedt ze in de boot te stappen en alvast te vertrekken. Er steekt een storm op. Ze ervaren felle tegenwind en tegenkanting ( Matteus 14, 22-33).Het water, het meer, de zee staan in de Bijbel symbool voor de dreigende doodsmachten, voor de chaos. Als de evangelist Jezus over het water laat wandelen, is het alsof hij de dood met de voeten treedt en overwint. Daarom lezen sommigen dit verhaal ook als een verrijzenisverhaal. Het is vooral een verhaal waarin elke tijd en elke geloofsgemeenschap zich herkent. Het spreekt van moeilijke situaties, maar tegelijk ook van hoop op een nieuw begin.
Synodaliteit
Wellicht herkennen vele kerkbetrokken mensen zich. Ook al beleven ze moeilijke tijden, ze laten de hoop niet varen. Paus Franciscus wilde een nieuw élan geven door een nieuwe organisatie van de kerk. De tijd van de synodale kerk is aangebroken. Hij was er zelf een vurige voorstander van. Het heeft wellicht hoop gewekt bij heel wat kerkbetrokken gelovigen. De recente publicatie van het boek “De toekomst van de synodaliteit” is er in onze dagen een sprekende illustratie van. Het boek wordt breed verspreid bij al wie betrokken is bij een nieuw élan van de kerk. Met de feestdag van Dominicus de Guzmàn in het vooruitzicht, vinden we misschien inspiratie wat het nieuw élan van de kerk in zijn dagen betekende.
Middeleeuwse machtskerk
We gaan terug naar einde 12e, begin 13e eeuw. Het is een tijd dat er heel wat in beweging is in Europa. Er is een soort industriële revolutie die spectaculaire ontwikkelingen in de landbouw met zich meebrengt. De opkomst van de burgerij luidt het einde in van de feodale landsheren. De opkomst van de steden biedt nieuwe kansen voor zelfstandige handels- en ambachtslieden. Ook de grote abdijen voelen dat er heel wat aan het gebeuren is dat afstraalt op de religieuze beleving van die dagen. De strenge hervorming die in de tiende eeuw van Cluny was uitgegaan is na enkele decennia weer verwaterd. De veranderde tijdsgeest laat zich ook voelen in de kloosters. Vooral in de grote abdijen heeft de religieuze beleving heeft meer met macht en invloed te maken heeft, dan met het evangelie van Jezus.
Zelfs het centrale gezag in Rome is deze machtshonger niet vreemd gebleven. Paus Innocentius III werpt zich op als het hoogste gezag op aarde. Hij bepaalt wat en door wie er gepreekt wordt. Hij beschikt over de kerkelijke kanalen die onontbeerlijk zijn voor het ontvangen van de goddelijke genade. Deze kanalen reiken zelfs tot in het hiernamaals: straffen dààr kunnen hiér worden vrijgekocht door aflaten, door de paus vastgesteld. Het is een stormachtige tijd. De kerk blinkt niet uit door evangelisch leven.
Terug naar het evangelie
Het is begrijpelijk dat er een grootscheepse zoektocht op gang komt in tal van bewegingen, groepen en individuen die geen vrede hebben met deze rijke, zelfgenoegzame kerk. Zelfs in de kloosters vinden sommigen hun religieuze gading niet meer. De spirituele inslag van het oorspronkelijk religieus leven is verdampt. Men trekt weg uit de kloosters. De natuur in of zwervend langs dorpen en steden. Nadenkend over het evangelie, los van vroegere kloosterregels. Mensen willen opnieuw ontdekken wat het betekent echt christelijk te leven.
Voor de kerkelijke gezagsinstanties heeft christelijk leven alles te maken met de aanvaarding van de onbetwistbare waarheid van de goddelijke openbaring. Deze is volgens haar neergelegd in de heilige Schrift en de verklaring daarvan door de kerkelijke gezagsdragers. De leer staat voorop. Daar wil ze geen vingerbreed van afwijken. De grote meerderheid van het gelovige voetvolk wordt daarbij compleet over het hoofd gezien. Het begrijpt nauwelijks iets van de wereldvreemde theologische taal. Zij beseffen wél dat de ziel van het evangelie te vinden is in de navolging van de arme en barmhartige Jezus. En daarvan vinden ze nauwelijks iets terug in het kerkinstituut.
Katharen
Dit was ook de bedoeling van die verschillende zoekende groepen die open staan voor de boodschap van Jezus. De katharen zijn daar een voorbeeld van. Zij willen terug naar Jezus’ voorbeeld van een arme authentieke levenswijze. Verschillende groepen, waaronder de katharen, worden door hun radicale keuze voor Jezus’ voorbeeld gewantrouwd en zelfs veroordeeld. Vanaf hun hoge paarden leggen gemijterde abten en monniken het echte geloof op als onbespreekbare waarheid.
Dominicus heeft begrepen dat alleen een oprechte dialoog vrucht kan dragen. Dat kan enkel wanneer men elkaar in de ogen kijkt. Wanneer je op gelijke hoogte staat. Daarom is de vorm van de prediking uiterst belangrijk. Dominicus heeft dat scherp gezien. Hij zal het evangelie verkondigen in het voetspoor van de apostelen: niet vanaf hoge paarden zoals de Benedictijnerabten, maar te voet en in armoede.
Dominicus
Dominicus probeert vooral te begrijpen wat de beweegreden is van die vele groepen die zich niet langer thuis voelen in de kerk. Hij is onder de indruk van de Katharenbeweging. De beweging heeft heel wat aanhang in de Languedoc in Zuid Frankrijk. Zij willen terug naar het evangelie van Jezus. Niet te verwonderen dat de katharen ook op heel wat steun konden rekenen.
Van hun kant hebben de katharen de waardering gevoeld die Dominicus voor hen had, zozeer zelfs dat menige katharengroep dacht dat Dominicus zich bij hen zou voegen. Bekend is het verhaal van Dominicus die op zijn tocht in Frankrijk toen hij in een herberg logeerde in gesprek geraakt met de herbergier die klaarblijkelijk kathaar was. De hele nacht hebben ze met elkaar gepraat.
Wat zich tussen beide mannen afspeelde is een prachtig voorbeeld van het belang van de dialoog. Woord en wederwoord inspireren tot nuancering, zetten aan tot bedachtzaamheid. In deze wisselwerking ervaren we dat waarheid niet hetzelfde is als het poneren van het eigen gelijk. In de ontmoeting ervaren we elkaar als tochtgenoten onderweg.
Veritas
Zo staat het op het Dominicaans “wapenschild”. Waarheid, maar niet als een blok graniet dat uit de lucht valt. Waarheid komt tastend aan het licht. Waarheid licht op als voorlopig inzicht. Het besef van voorlopigheid hoort bij de ontmoeting in de dialoog. De gesprekspartner is dus onontbeerlijk. Thomas van Aquino, de Dominicaanse theoloog uit de 13e eeuw, schreef zijn theologische traktaten steeds in dialoog met een tegenstander die hij in gedachten had. Zo werd het een soort gesprek tussen andersdenkenden. Zo bracht ook hij de mening van anderen ter sprake als wezenlijk element in zijn zoeken naar waarheid.
Ignace D’hert o.p.
15/06/2026

Voeg commentaar toe