Een van de mooiste zegenwensen in de bijbel staat in Numeri: “Moge de Ene u zegenen en u beschermen, moge de Ene het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Ene u haar gelaat toewenden en u vrede geven.” (Numeri 6, 24-26)
Een honger diep in ons
Generaties voor ons hebben woorden bedacht voor een honger die diep in ons mensen zit: een honger naar vrede, zegening, schoonheid, licht, genade…. Oude, maar onverwoestbaar mooie woorden voor onze gedeelde hunker naar een goed leven. We horen ze allemaal graag. We hebben ze allemaal nodig. Soms zo heel hard nodig….
Soms ook klinken die woorden hol, soms lijken ze te groot, te onbereikbaar. Dan hebben we het gevoel dat ze geen werkelijkheid raken, althans niet mijn leven, mijn vel. Soms werken dergelijke grote woorden vervreemdend. Waar ze naar verwijzen staat in veel te schril contrast met wat we zien en horen. Honger, wrede oorlogen, groeiende ongelijkheid, er loopt genoeg verkeerd om twijfel, misschien zelfs cynisme te voeden.
Oversized woorden
Maar misschien zijn die grote woorden misschien zo groot zijn opdat we er kunnen in groeien. Ze mogen, ze moeten wellicht oversized zijn om er in te kunnen opstaan en mee op weg te gaan…
Neem de verrijzenisverhalen, als daar één woord telkens weer terugkomt, dan is het vrede. In de hoogste nood, in de diepste crisis, wordt mensen vrede aangezegd. Ze worden begroet met vrede. Dat is toch heel bijzonder! Je droom is opgeblazen, je vriend is vermoord, toen de nood het hoogst was, ben je jezelf tegengekomen als een bange en laffe mens, je voelt je diep ontgoocheld, bedroefd, ontrouw. Je weet niet waarin of waaruit, waar naartoe, wat moet je nu met je leven? En iemand komt naar je toe en geeft jou als eerste woord: vrede. Een kippenvelmoment, choquerend, grandioos, wat een zegen.
Een gezegend mens
De zegen is er niet omdat ze samenvalt met de realiteit, maar opdat ze realiteit zou worden. Al op de allereerste bladzijde van de bijbel, in het scheppingsverhaal in Genesis 1, ontmoeten we een zegenende God. Vanaf het begin ben je een gezegend mens! Van meet af aan is de schepping gericht op het doorgeven van goddelijke energie. Dat is een heel andere benadering dan wat velen vroeger te horen kregen.Een verhaal over de ‘oerzegen’, in plaats van een verhaal over de ‘oerzonde’…
Toch wijst het zegenen in het scheppingsverhaal ook op het niet vanzelfsprekende, het niet uit zichzelf gezegend zijn. En zo sluit het ook aan bij onze ervaring: noch mens noch natuur zijn zonder kwetsuren. De harmonie is ook in het scheppingsgebeuren niet het oerprincipe. Dit gebeuren moet gezegend worden, toegewezen, toevertrouwd, aan de hoop uitbesteed worden.
Delen in creatieve energie
Natuur en mensen hebben nood aan zegening. Zij delen niet vanzelf en uit zichzelf in de creatieve energie. Zij dragen ze als mogelijkheid in zich, maar zij moeten er door een ander toe gewekt worden, opengemaakt.
Wij mensen kunnen alleen maar leven in een wereld waarvan wij de ervaring hebben dat die ons welwillend is. Zoals een kind opgevangen wordt in warme armen, drooggewreven en gebakerd in warme doeken, gelegd wordt op een warme borst waaraan het kan drinken en in slaap vallen, zo wil een mens, elke mens, het besef behouden van gewenst, gedragen, gekoesterd te worden.
Drinken van inzichten
Dat is veel gevraagd, en toch ook weer niet. Want het gaat om kleine dingen, maar met maximaal effect… Aangekeken worden, genoemd worden bij je naam. Beluisterd worden zonder oordeel of commentaar. Het gaat om een glimlach, een schouderklop, een plaagstoot. Het gaat om een groet, een wens. Het gaat om eten en drinken gedeeld krijgen, en een bed voor de nacht. Het gaat om mogen drinken van inzichten, van kennis, van nieuws, van ook op dat vlak erbij horen. Het gaat om verzorgd worden als je ziek bent. Het gaat om niet alleen gelaten worden.
De dag kleuren
En wat altijd weer verbaast, is dat deze kleine woorden en daden zulke grote scheppingsdaden zijn. Van een compliment kun je jaren leven. Door een goed gesprek kun je weer vollopen met kracht. Een groet kan je dag kleuren. Een glimlach geeft je betekenis. Gedeelde tijd geeft je zin. De wereld is chaotisch vaak, te groot, te onbegrijpelijk, maar elkaar die kleine stukjes vrede wensen of ze op een andere manier met elkaar delen, is zoals de zon die weer gaat schijnen: kleuren lichten op, er komt diepgang en verte, de dingen krijgen weer hun duidelijke reden van bestaan.
Aan vrede is dus schoonheid gekoppeld: achter die deuren die opengaan, glanst iets wat we allemaal kennen en waar we zelf deel van uitmaken. Dat deze wereld mooi is, dat we zelf mooie mensen zijn, en dat we eigenlijk enkel zo willen leven. Elkaar de vrede wensen is de schoonheid losmaken die in elk van ons zit, in elk moment van ons bestaan.
Volheid
Schoonheid is volheid. Je voelt dat er veel is, je voelt een overvloed. En volheid overkomt ons, we hoeven enkel te krijgen, zoals we eigenlijk alles krijgen in dit leven. En volheid stroomt. Ze is ongrijpbaar, je kunt ze niet in je handen houden, je moet ze loslaten voor weer iemand anders, zoals we eigenlijk alles delen in dit leven.
En die grote stroom van volheid is ook letterlijk een stroom, slijpt met de eeuwen alle hindernissen uit tot we een brede bedding krijgen: een stroom van gerechtigheid waaraan de wereld drinkt, elke dag opnieuw. Ja, dat geloven we, dat moeten we geloven, dat een zegenend woord als gerechtigheid sterker zal blijken dan elk onrecht, dat zoiets kleins als een woord en een daad van vrede sterker zal blijken dan vernietiging en waanzin.
In woorden gegoten droom
De profeten kloegen idolatrie aan, en machtswellust, en hun woorden leven nog altijd, niet meer de machthebbers waartegen ze gericht waren. Ooit gaf iemand elk slavenkind, elke vrouw rechten. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar die in woorden gegoten droom laat de wereld nooit meer los. En zo is het ook met onze kleine vredeswoorden en –daden: de wereld zal ze nooit meer kwijtraken, ze schrijven mee aan een grote familiegeschiedenis, waar elk mensenkind haar plek heeft, haar verdiende plek.

Voeg commentaar toe