De gave van de tranen (tekstversie)

Dominicus weende

In een boek van Paul Murray met de titel: De nieuwe wijn van de Dominicaanse spiritualiteit, ontdekte ik een uitdrukking die ik nooit eerder hoorde: de gave van de tranen.

De gave van de tranen. Blijkbaar had Dominicus de gave der tranen. Thomas van Aquino ook en ook Catharina van Siënna. Waarop slaat die uitdrukking?

Het boek vertelt: “God had aan Dominicus de speciale gave gegeven te wenen voor zondaars, zieken en onderdrukten. Hij droeg hun miserie in het binnenste schrijn van zijn mededogen, en het warme medeleven dat hij voor hen voelde in zijn hart, liep over in de tranen van zijn ogen.”

Dominicus weende vaak, soms tijdens zijn preken en ook tijdens de mis, op het moment van de consecratie van de wijn, na het ontvangen van het lichaam van de Heer. Ook van Thomas van Aquino wordt het naast zijn vele uitmuntende kwaliteiten genoteerd dat hij de gave der tranen had.

Tranen, een bijzondere gave?

Ik kende de uitdrukking niet. Ik had ook geen idee dat tranen een bijzondere gave zouden kunnen zijn. Al heel veel jaren vecht ik tegen tranen die op heel ongelegen momenten ongevraagd wellen. Het overvalt mij telkens weer plots. Ik zie het niet aankomen. Het gebeurt bij iets wat mij ontroert omdat het zo mooi is. Ik heb die tranen nooit als een gave ervaren. Integendeel als bijzonder gênant.

Hoogst vervelend en vaak heel ongepast. En bij het doktersconsult is het een terugkerend item. Hoe zit het met die overgevoeligheid? Want dat is het merkwaardige: de miserie, de ellende, zoveel onrecht: dat wekt mijn boosheid, niet mijn tranen.

Tranen voor menselijkheid

Maar een gebaar van menselijkheid in de ellende, dat wekt wel mij tranen. Het zorgzaam luisteren van iemand naar de wanhoop van een ander. Het hartelijk onthalen van een wildvreemde in nood. Of het bemoedigend spreken van 2 mensen met een ernstige psychiatrische problematiek.

Of nog, de vriendelijke bediende die voor de onbekende man en vrouw aan het loket tijd maakt en alle vervelende administratie geduldig toelicht en nauwgezet uitvoert.

Of de avontuurlijke energie van de arts, de verpleegster, de vroedvrouw die in de meest uitzichtloze en barre omstandigheden opereren, wonden ontsmetten, zalven, verbinden. En het zwaar gehandicapte kind dat met haar voeten kindjes tekent en haar hoop uitspreekt om ooit terug naar haar klas en vriendjes terug te kunnen.

Nu weet ik waarom ik ween

Het beluisteren van verhalen van boeren, hier en uit het Zuiden, die terwijl ze de mensheid voeden, zo ongelooflijk miskend en uitgebuit worden maar toch doorgaan. Die ongelooflijke weerbaarheid, dat zijn de heel gewone situaties waarin het niet tegen te houden is: ik ween.

Toen ik ooit Auschwitz bezocht en daar barak na barak beelden van de gruwel te zien kreeg, werd ik heel stil. Je betreedt er heilige grond. Maar toen ik bij het raam kwam waarachter een hele hoop potten en pannen op mekaar gestapeld lagen, werd ik werkelijk brutaal overmeesterd. Overmeesterd door die stille getuigen van de zorg voor voedsel, voor mekaar, voor zichzelf. De zorg in de diepste doodsvallei. Dat blijven zorgzaam omgaan tot op het einde. Dàt overweldigde mij. Er is iets van een buitengewone schoonheid die dan onverhoopt doorbreekt in de goorste en de smerigste ellende.

Nu weet ik waarom ik schrei, het zijn gewone-buitengewone genademomenten: dichter bij God kan ik niet komen.

Bekijk je liever de video? > KLIK HIER
Wat sprak je aan? Deel het met de online community… Schrijf hieronder je commentaar >

Antoinette Van Mossevelde

Antoinette Van Mossevelde

Bekijk alle berichten

Voeg commentaar toe

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer u op de nieuwsbrief van Bijlichten

Schrijf nu in

* indicates required